Vier herzieningssituaties
De werkgever betaalt met terugwerkende kracht de hogere WW-premie:

  1. als een vast contract in de proeftijd wordt beëindigd;
  2. als de werkgever een werknemer in de loonaangifte van een jaar meer dan 30% meer uren heeft verloond dan het aantal uren dat volgt uit de omvang van de te verrichten arbeid in de arbeidsovereenkomst;
  3. als de werknemer binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking recht heeft gekregen op een WW-uitkering;
  4. als de werknemer binnen een jaar na het contract bij de werkgever opnieuw recht heeft gekregen op een WW-uitkering.

Getrapte invoering
Per 1 januari 2020 zullen alleen situatie 1 en 2 in werking treden. Daarmee accepteert het kabinet, omwille van betere uitvoerbaarheid, in eerste instantie een hoger risico op omzeiling. Werkgevers hoeven dus in 2020 bij situaties 3 en 4 de lage premie niet te herzien.

Let op: In de loop van 2021 wordt beoordeeld of de situaties 3 en 4 alsnog in werking treden.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *