Het Europese Hof wijst om te beginnen op het fundamentele recht van iedere werknemer op een beperking van de maximumarbeidsduur en op dagelijkse en wekelijkse rusttijden.

De EU-lidstaten moeten ervoor zorgen dat werknemers daadwerkelijk gebruik kunnen maken van deze rechten. De werknemer is de zwakkere partij binnen de arbeidsverhouding, zodat moet worden voorkomen dat de werkgever de rechten van de werknemer beperkt of uitholt.

Zonder een verplicht systeem waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd, kan niet objectief en betrouwbaar worden vastgesteld hoeveel uren de werknemer heeft gewerkt, op welke tijdstippen en hoeveel overuren zijn gemaakt. Het is dan voor werknemers buitengewoon moeilijk en in de praktijk haast onmogelijk om hun rechten af te dwingen.

Zonder de objectieve en betrouwbare vaststelling van het per dag en per week gewerkte aantal uren kan namelijk niet worden nagegaan of de maximale wekelijkse arbeidstijd, die inclusief overwerk is, en de dagelijkse en de wekelijkse minimumrusttijd in acht zijn genomen.

Een systeem waarmee de arbeidstijd wordt geregistreerd, is een uiterst geschikt middel voor werknemers om snel objectieve en betrouwbare gegevens te verkrijgen over het precieze aantal gewerkte uren. Het vergemakkelijkt dus zowel de bewijsvoering door werknemers in het geval van een schending van hun rechten als het toezicht door bestuurlijke en rechterlijke instanties op de daadwerkelijke toepassing van die rechten.

Let op: Om de doeltreffendheid te waarborgen van de in de arbeidstijdenrichtlijn en het Europese Handvest opgenomen rechten, moeten de EU-lidstaten aan werkgevers de verplichting opleggen om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem in te voeren waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd. De EU-lidstaten moeten hier concrete regelgeving voor uitwerken en hierbij rekening houden met het specifieke karakter van alle betrokken branches en met de specifieke kenmerken van bepaalde ondernemingen, zoals hun omvang.

In deze uitspraak wordt slechts aftrek van € 509 toegestaan. Zo wenst de particulier niet behandeld te worden. Hij gaat naar de rechter en beroept zich op opgewekt vertrouwen.

Volgens de rechter heeft de particulier het telefoongesprek met oog voor detail schriftelijk bevestigd. Vast staat dat de Inspecteur deze brief heeft ontvangen, maar niet heeft gereageerd. De brief kan  volgens de rechter redelijkerwijs, gegeven het besproken onderwerp en het genoemde verhoudingsgewijs omvangrijke aftrekbedrag, niet aan de aandacht van de Inspecteur zijn ontsnapt.

Op de zitting heeft de Inspecteur deze gang van zaken niet toegelicht, noch enige uitleg gegeven over de herkomst, totstandkoming, samenstelling of betekenis van het door de particulier uitdrukkelijk schriftelijk onder de aandacht gebrachte bedrag. De Inspecteur heeft slechts verklaard dat geen toezegging is gedaan en dat het beter zou zijn geweest de brief wel te beantwoorden.

Volgens de rechter moet er daarom van worden uitgegaan dat de Inspecteur in het telefoongesprek het bedrag van bijna € 2.300 wel degelijk als het aftrekbare bedrag aan specifieke zorgkosten heeft aanvaard.

Het is daarbij niet eens van belang of daadwerkelijk sprake is geweest van een toezegging door de Belastingdienst, maar veeleer hoe belanghebbende de uitlatingen in het telefoongesprek heeft ervaren en wat hij begrijpt of mocht begrijpen. Daarom vindt de rechter dat bij de particulier gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de specifieke ziektekosten voor € 2.288 in aftrek mogen komen.

Tip: Als u meent over een kwestie een afspraak met de Belastingdienst te hebben gemaakt, bevestig dat dan schriftelijk. Reageert de Belastingdienst niet of niet correct, dan kunt u, mits te goeder trouw, mogelijk een beroep doen op opgewekt vertrouwen.

Volgens de rechter hebben partijen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht gesloten. De TV-kok geeft actief invulling aan de invulling van de programma’s en formats. Er is wel een script van RTL, maar dat is een levend document. Er volgt geen werkgeversgezag uit. Indien nodig wordt een programma, vaak op advies van de kok, omgegooid. Het is reality-TV en dan staat nooit iets tevoren helemaal vast. Tijdens de opnames wordt nog veel geïmproviseerd. Partijen werken daarom volgens de rechter samen op basis van gelijkwaardigheid. Daarbij is van belang dat de TV-kok nog andere werkzaamheden verricht waarmee hij via zijn BV aanzienlijke bedragen verdient. De Belastingdienst wordt dus volledig in het ongelijk gesteld.

Tip: Bij veel uitvoerende werkzaamheden buiten de TV-wereld is ook sprake van een ‘script’, waarbij de professional als deskundige toch de uiteindelijke gang van zaken bepaalt. Daarvoor wordt hij immers als deskundige ingehuurd. Zoals ook hier blijkt, heeft de Belastingdienst het dan erg moeilijk om een arbeidsovereenkomst te bewijzen.

Giften, die bestaan uit het afzien door een vrijwilliger van een vergoeding van een ANBI, zijn aftrekbaar indien:

  1. De instelling een verklaring heeft afgegeven dat u zich heeft ingezet als vrijwilliger als bedoeld in de regeling;
  2. U aanspraak kunt maken op de in de verklaring genoemde vergoeding;
  3. De instelling bereid en in staat is die vergoeding uit te keren, en
  4. U de vrijheid heeft over de vergoeding te beschikken.

Volgens de Belastingdienst gaat het hier mis op punt 1. De bedragen waar het echtpaar volgens afspraken met de kerk recht op had, waren te hoog voor een vrijwilligersvergoeding. Daarvoor gold een wettelijk maximum van € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar (2019: € 170 per maand en € 1.700 per jaar). En dus heeft het echtpaar zich wel ingezet, maar niet als vrijwilliger als bedoeld in de regeling. Dat het echtpaar slechts de maximaal toegestane vrijwilligersvergoeding in aanmerking nam bij de giftenaftrek is hierbij niet relevant.

Overigens heeft het echtpaar ondanks verzoeken van de inspecteur daartoe, niet met enig bewijs aannemelijk gemaakt dat de kerk daadwerkelijk in staat zou zijn de vergoedingen te betalen. Dus ook op punt 3 gaat het niet goed.

Volgens de rechter heeft de Belastingdienst de giftenaftrek terecht geweigerd.

Tip: In 2019 is de maximale vrijwilligersvergoeding € 170 per maand en € 1.700 per jaar. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor uw inzet.

Voor de geschillencommissie komt de werkgever met verjonging van het personeelsbestand als bedrijfsbelang. De secretaresse krijgt gelijk. Omdat de werkgever haar toch niet laat doorwerken, gaat ze naar de rechter.

Volgens de rechter was het bedrijf niet verplicht het oordeel van de geschillencommissie te volgen, maar op basis van goed werkgeverschap wel verplicht om dat heel goed te motiveren. En dat is niet gebeurd. 

De geschillencommissie had meewogen dat bij de vrouw geen sprake was van onvoldoende functioneren, onvoldoende inzetbaarheid of dat haar functie komt te vervallen. Die argumenten had het bedrijf niet weerlegd. De uitleg die het bedrijf aan de cao gaf, zou betekenen dat niemand meer na zijn of haar 66e zou kunnen doorwerken. Bovendien kan het bedrijf ook zijn personeelsbestand verjongen als de vrouw wel doorwerkt. De vrouw heeft ook nog een lager dan gemiddeld ziekteverzuim. Kortom, het bedrijf heeft volgens de rechter geen deugdelijke argumenten om de vrouw niet te laten doorwerken.

Tip: Check bij oudere werknemers of de AOW-leeftijd afwijkt van de contractuele pensioenleeftijd, wat er volgens het arbeidscontract of de cao is vastgelegd over einde van het dienstverband en eventueel recht op doorwerken.

Slim scherm voor het invullen van de giftenaftrek IB-aangifte
De burger kan straks in de online aangifte selecteren uit een lijst van instellingen met de zogenaamde ANBI-status. Daarmee wordt voorkomen dat de burger niet-aftrekbare giften voert, bijvoorbeeld omdat de begunstigde instelling geen ANBI-status heeft. Op dit moment moet de burger elders kijken of de instelling deze ANBI-status heeft en in een tekstveld de naam correct invullen. Dat is omslachtig, foutgevoelig en lastig te controleren door de Belastingdienst.

Contante giften
Contante giften zijn op dit moment uitsluitend aftrekbaar wanneer de belastingplichtige deze gift aannemelijk kan maken, bijvoorbeeld met een kwitantie. Dat blijkt fraudegevoelig. Mensen pinnen steeds vaker, of maken geld elektronisch over. Dit is een veilig en betrouwbaar alternatief voor contant geld en de gift is eenvoudig aannemelijk te maken met bijvoorbeeld een bankafschrift. Daarom wordt voorgesteld om contante giften niet langer aftrekbaar te laten zijn.

Giften in natura
Indien voor giften in natura gebruik wordt gemaakt van de giftenaftrek, moet worden uitgegaan van de waarde in het economisch verkeer. Bij giften in natura is de waardering van de gift niet altijd eenvoudig en dat leidt dan ook tot fouten. Voorgesteld wordt aan giften in natura hoger dan € 2.500 voor de giftenaftrek de eis te verbinden dat er een onafhankelijke taxatie is, of een andere schriftelijke onderbouwing van de opgegeven waarde.

Tip: Voor de beperking van contante giften is eerst een wetswijziging nodig. Het is de bedoeling dat deze ingaat per 1 januari 2021. 

In de wet is een zogenaamde vervaltermijn opgenomen waarbinnen een werknemer het verzoek om toekenning van de transitievergoeding moet doen. Deze termijn eindigt drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. In dit geval werd het verzoek na vijf maanden ingediend.

Toch oordeelt de kantonrechter dat het verzoek ingewilligd moet worden. Waarom?

Omdat vier maanden na einde van de arbeidsovereenkomst de hoogste rechter heeft vastgesteld dat aanspraak bestaat op een gedeeltelijke transitievergoeding bij gedeeltelijke beëindiging van een arbeidsovereenkomst. Dat konden zowel werkgever als werknemer niet voorzien.

Het zou onredelijk zijn als de werkgever zich in deze situatie op de vervaltermijn kan beroepen, terwijl hij op grond van de Wet Compensatie Transitievergoeding met terugwerkende kracht wordt gecompenseerd voor de betaalde transitievergoeding. Daarbij acht de rechter ook de leeftijd van de werknemer en het langdurige dienstverband van belang. 

Tip: Als een werknemer te laat een verzoek om toekenning van de transitievergoeding doet, wil dat niet zeggen dat de werkgever dit zomaar naast zich neer kan leggen. Er zijn omstandigheden denkbaar dat de transitievergoeding toch moet worden toegekend.

Het kabinet komt tot de conclusie dat een overgang naar zo’n stelsel op korte of middellange termijn alleen denkbaar als er concessies worden gedaan op één of enkele gestelde uitgangspunten, namelijk het aantal belastingplichtigen (en daarmee de reikwijdte van de grondslag), de vooringevulde aangifte, de mogelijkheden tot het tegengaan van belastingontwijking of de stabiliteit en omvang van de belastinginkomsten.

Daarom laat het kabinet fundamentele beleidsopties uitwerken op het terrein van een vermogensrendementsheffing. Als het onderzoek klaar is, gaat het kabinet de opties met de Tweede Kamer bespreken. Kortom, het kan nog wel even duren.

Tip: Intussen heeft staatssecretaris Snel van Financiën bezwaarschriften tegen de vermogensrendementsheffing in de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2018 aangemerkt als massaal bezwaar. Als u het oneens bent met de box 3-heffing over het jaar 2018 moet u tijdig bezwaar maken tegen de definitieve aanslag. Een klein aantal bezwaarschriften wordt geselecteerd voor een juridische procedure. De uitkomst daarvan geldt dan ook voor de overige bezwaarschriften.

Werknemers moeten, liefst op de eerste dag, maar uiterlijk zeven dagen na aanvang van de arbeidsrelatie, informatie krijgen over hun rechten en verplichtingen. Denk hierbij aan de taakomschrijving, startdatum, contractduur, salaris, vergoedingen en referentiedagen- of uren voor werknemers met onregelmatige werkroosters.

Oproepkrachten moeten vooraf een indicatie krijgen van de te verwachten werkuren en -dagen. Ze kunnen een opdracht weigeren als deze buiten de gestelde referentie-uren valt. Ook krijgen ze recht op financiële compensatie als de opdracht niet op tijd is afgezegd.

Flexwerkers mogen niet worden uitgesloten, gestraft of gehinderd bij het aannemen van werk bij andere bedrijven als dit buiten het gestelde werkschema van de werkgever valt.

Let op: Zzp-ers vallen niet onder deze richtlijn. Ook moeten de EU-lidstaten de richtlijn nog omzetten in nationale wetgeving. Daarvoor hebben ze maximaal drie jaar.

Vanaf 2020 kunnen ook rechtspersonen, zoals stichtingen, verenigingen en bv’s, gebruikmaken van de nieuwe kleineondernemersregeling. Ook voor rechtspersonen geldt als voorwaarde, dat de omzet per kalenderjaar niet hoger is dan € 20.000.

Hoe werkt de nieuwe regeling?

  • U doet geen btw-aangifte meer.
  • U brengt geen btw meer in rekening bij klanten.
  • U kunt de btw die andere ondernemers bij u in rekening brengen, niet meer aftrekken of terugvragen van de Belastingdienst.
  • U moet uw omzet wél bijhouden in uw administratie.
  • Vanaf het moment dat u deelneemt aan de nieuwe kleineondernemersregeling, geldt de vrijstelling voor ten minste 3 jaar.

Aanmelden vanaf 1 juni 2019

Wilt u vanaf 1 januari 2020 gebruikmaken van de nieuwe regeling? Dan moet uw aanmelding voor 20 november 2019 bij de Belastingdienst binnen zijn. Vanaf 1 juni 2019 staat het aanmeldingsformulier op de website van de Belastingdienst.

Tip: Hebt u nu een ontheffing van administratieve verplichtingen voor de btw? Dan hoeft u zich niet zelf aan te melden. De Belastingdienst meldt u automatisch aan voor  de vrijstelling. U ontvangt hierover nog een bericht. Daarin leest u ook wat u moet doen als u geen gebruik wilt maken van de vrijstelling.