Met wie heeft de advocaat gecontracteerd?
De rechter stelt vast dat de BV het advocatenkantoor opdracht heeft gegeven. Het advocatenkantoor heeft vervolgens voor de verleende rechtsbijstand facturen uitgereikt aan de BV, die de facturen heeft betaald.

Hoezo aftrek BTW bij BV over kosten voor DGA?
Er is recht op aftrek van BTW bij een rechtstreeks en onmiddellijk verband met de economische activiteit van de BV in haar geheel. Daarvan is sprake als door de BV verworven diensten noodzakelijk zijn voor zijn bedrijfsvoering en zij zonder die diensten zijn economische activiteit niet zou kunnen uitoefenen of voortzetten. Dat geldt ook als de oorzaak van de kosten (uiteindelijk) is terug te voeren op een handeling die een bestuurder of werknemer van de BV heeft verricht in het kader van activiteiten die zich buiten die onderneming afspeelden. Het is wel aan de BV om die noodzaak aannemelijk te maken.

Waarom heeft de BV de advocaat ingeschakeld?
Na de aanvang van de strafzaak kreeg de BV geen opdrachten meer vanwege de beschadigde reputatie van haar DGA. De rechter vindt dit een valide argument voor de BV om op eigen kosten een advocaat in te schakelen, ook al had de DGA daarbij ook persoonlijk baat.

 

Uitsluiting aftrek kosten voor werknemers
Deze regeling sluit de aftrek van omzetbelasting uit voor zover de goederen of de diensten worden gebezigd voor persoonlijke doeleinden van het personeel. Dat geldt in beginsel ook voor betaalde kosten van rechtsbijstand bij strafrechtelijke vervolging van een eigen werknemer.

Deze uitsluiting van aftrek is echter niet van toepassing indien bijzondere omstandigheden de werkgever dwingen tot het afnemen van de diensten. Daarvan is sprake als de uitgaven primair worden gedaan in het belang van de onderneming zelf, en het persoonlijke voordeel van de werknemer, zo al aanwezig, voor de werkgever van ondergeschikt belang is.

Tip: Een BV kan in het algemeen geen BTW aftrekken over kosten die ze maakt in het belang van haar DGA. Persoonlijke omstandigheden bij de DGA kunnen er echter toe leiden dat de uitoefening van de onderneming van de BV in gevaar komt. Als de BV kosten maakt om dat te voorkomen, dient ze haar eigen ondernemingsbelang en is de BTW toch aftrekbaar. 

Bedrijven die gedurende drie maanden ten minste 20 procent omzetverlies hebben, kunnen hiermee vanaf 1 maart een tegemoetkoming van maximaal 90 procent van de loonsom krijgen naar rato van de omzetdaling. Bij een omzetverlies van 100 procent is dat 90 procent, bij bijvoorbeeld 50 procent omzetverlies wordt dat dan 45 procent van de totale loonsom. Voorwaarde is dat ze hun medewerkers hun reguliere salaris blijven doorbetalen en dat bedrijven tijdens de periode dat er subsidie wordt ontvangen geen aanvraag doen voor ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Omzet
In de regeling spelen twee variabelen een grote rol: de omzet en de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming in de loonsom voor de werkgever. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, moeten werkgevers eerst hun totale omzet uit 2019 delen door vier. Zij vergelijken dat vervolgens met de omzet in maart-april-mei 2020. Maar soms is uitblijvende klandizie pas later terug te zien in de omzetdaling. Daarom kunnen werkgevers ook een periode aangeven voor de omzetvergelijking die één of twee maanden later start.

Als een bedrijf uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) bestaat die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Anders kan de organisatie van het concern grote invloed hebben op de hoogte van de subsidie. En het kabinet vindt het daarnaast aan een concern om verantwoordelijk met medewerkers om te gaan als over het geheel genomen geen sprake is van een forse omzetdaling.

Loonsom
Voor de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst gebruikt. Deze neemt UWV automatisch over. UWV neemt hierbij als grondslag het zogenaamde socialeverzekeringsloon. Hier komt voor alle bedrijven dezelfde opslag van 30 procent bovenop voor werkgeverslasten zoals de opbouw van het vakantiegeld, pensioen en de werkgeverspremies. Er zit daarnaast een maximum aan het loon per werknemer van 9538,- euro per maand. Salaris boven dit bedrag wordt niet gecompenseerd. Ruim 98,5 procent van de werkenden valt onder dit maximum.

De loonsom in de subsidieperiode wordt vergeleken met de loonsom van januari zoals bekend bij de Belastingdienst. Als die ontbreekt, wordt de loonsom van november 2019 genomen. Om calculerend gedrag te voorkomen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die na 15 maart zijn doorgegeven, voor deze regeling niet meegenomen. Vanwege het belang van de loonsom voor de subsidie is het belangrijk dat werkgevers tijdig loonaangifte blijven doen bij de Belastingdienst.

Flexwerkers
Iedereen voor wie loonaangifte wordt gedaan en verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, valt onder de loonsom waarvoor subsidie ontvangen kan worden. Ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd, er is geen onderscheid naar contractvorm. Het kabinet roept werkgevers samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties op om, indien mogelijk, flexwerkers door te betalen. Als de loonsom krimpt omdat er minder mensen doorbetaald worden, daalt de tegemoetkoming mee. 

Aanvragen, voorschot en uitbetalen
UWV streeft ernaar om de regeling vanaf 6 april uit te voeren, maar is nog bezig met de laatste testen voor de uitvoering van de regeling. Naar verwachting gaat het loket bij UWV 6 april open. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Werkgevers geven bij de aanvraag de verwachte omzetdaling op. Als UWV positief oordeelt, keert UWV een voorschot van 80% uit. Dat gebeurt in drie termijnen. Het eerste deel van het voorschot wordt uitgekeerd binnen twee tot vier weken na de indiening van de aanvraag, al verwacht UWV dat dit voor de meeste bedrijven sneller kan. 

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarover de NOW is toegekend, dient de werkgever vaststelling van de subsidie aan te vragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. Vervolgens zal UWV binnen 22 weken een eindafrekening doen. Die kan hoger of lager uitvallen dan bij de eerste opgave werd verwacht. Bedrijven met acute liquiditeitsproblemen kunnen worden geholpen met de andere maatregelen uit het noodpakket.

Het kabinet neemt de uitzonderlijke stap tot loontegemoetkoming om snel grote aantallen bedrijven en hun medewerkers de crisis door te helpen. De Tweede Kamer heeft inmiddels ingestemd met de extra uitgave van tien miljard euro voor deze regeling. En UWV zet zich tot het uiterste in om werkgevers snel te kunnen helpen. Maar de grote verschillen tussen bedrijven, de urgentie, de uitvoerbaarheid en het belang van het tegengaan van oneigenlijk gebruik maken dat er bij deze noodmaatregel weinig ruimte is voor bedrijfs- en sectorspecifieke verschillen. Sommige bedrijven zullen daarom minder goed of niet bereikt worden. Ook zullen sommige seizoensbedrijven een berekening op basis van een gemiddelde jaaromzet nadelig vinden.

Het kabinet zal monitoren wat de precieze werking van de maatregel is en – indien nodig en mits uitvoerbaar – aanpassingen doorvoeren.

Tekst regeling (44 pagina’s)
De regeling zelf vindt u hier.

Vanwege de gevolgen van het coronavirus heeft het kabinet besloten de termijn te verlengen tot 1 juli 2020.

Tip: U hebt dus tot 1 juli 2020 om voor uw medewerkers met een contract voor onbepaalde tijd die op 31 december 2020 bij u in dienst waren de arbeidsovereenkomst schriftelijk vast te leggen. Zo kunt u voor deze medewerkers vanaf 1 januari 2020 de lage WW-premie (blijven) toepassen.

Ondernemers zijn vrij in het doel van besteding. De regeling staat open voor een specifieke groep ondernemers.

Voor wie?
De tegemoetkoming is voor die ondernemers waarvan de hoofdactiviteit overeenkomt met een van de vastgestelde SBI-codes. SBI staat voor Standaard Bedrijfsindeling en de code geeft aan wat de hoofdactiviteit van een bedrijf is. De SBI-code bestaat uit 4 of 5 cijfers. Uw bedrijf moet op 15 maart 2020 met deze hoofdactiviteit ingeschreven staan in het Handelsregister van KVK. U kunt de SBI-code niet met terugwerkende kracht wijzigen om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming.

Uitbreiding regeling per 30 maart 2020
Ook bepaalde groepen ondernemers in de non-food, zoals winkeliers, kunnen de tegemoetkoming aanvragen. De SBI codes van deze groepen ondernemers zijn nu bekend. Aanvragen voor deze toegevoegde sectoren is nog niet mogelijk: de SBI tool en de aanvraagformulieren zijn hiervoor nog niet gereed. Dat wordt zo snel mogelijk geregeld.

SBI-code hoofdactiviteit opzoeken
Tijdens de aanvraag moet u de SBI-code van uw hoofdactiviteit selecteren. Via KVK kunt u uw SBI-code hoofdactiviteit opvragen, of gebruik de zoektool SBI-codes onderaan deze pagina:

  • De SBI-code van uw hoofdactiviteit staat in het Uittreksel Handelsregister van uw KVK-inschrijving. Heeft u meerdere (neven)activiteiten? De hoofdactiviteit is altijd de bovenste code.
  • Als eenmanszaak kunt u uw gegevens gratis bekijken op de website van KVK.
  • Als gebruiker van de KVK HR app krijgt u 30 gratis inzagen per jaar.

Aanvragen: periode en proces
U heeft 3 maanden om de tegemoetkoming aan te vragen. Dit kan vanaf vrijdag 27 maart 2020 16:30 uur t/m vrijdag 26 juni 17:00 uur. U kunt alleen online aanvragen.

Bekijk het aanvraagproces: van voorbereiden en aanvragen, tot wat er na uw aanvraag gebeurt.

Voorwaarden
Om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen, moet u voldoen aan een aantal voorwaarden.

Meer weten?
Bekijk de antwoorden op veelgestelde vragen.

Inkomensondersteuning en bedrijfskrediet
Vanuit de Tozo kunnen zelfstandigen een beroep doen op inkomensondersteuning en een lening voor bedrijfskapitaal.

De regeling, die speciaal gemaakt is voor de coronacrisis, lijkt op de bijstand voor zelfstandigen (Bbz). Zo zijn de bedragen die worden gehanteerd gebaseerd op het sociaal minimum, het bedrag dat mensen nodig hebben voor levensonderhoud. Onder levensonderhoud vallen kosten zoals boodschappen en huur.

Om inkomensondersteuning te verkrijgen, moet de zelfstandige verklaren dat hij verwacht dat als gevolg van de coronacrisis zijn inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Het inkomen wordt dan maximaal drie maanden aangevuld. Hierbij geldt voor gehuwden en samenwonenden dat het inkomen wordt aangevuld tot een bedrag van 1.500 euro netto en voor alleenstaanden tot 1.050 euro netto. Het betreft een gift en hoeft dus niet te worden terugbetaald.

Zelfstandigen die meer verdienen dan de bijstandsnorm, of naast hun onderneming meer loon ontvangen uit een regulier dienstverband dan bijstandsnorm, krijgen geen aanvulling. Voor een echtpaar of samenwonenden (met kinderen) waarvan beide partners zelfstandige ondernemer zijn is  1.500 euro netto het maximumbedrag dat wordt uitgekeerd, conform de regels van de Participatiewet. De regeling geldt vooralsnog tot 1 juni 2020. Zelfstandig ondernemers die als gevolg van de coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen van maximaal 10.157 euro met een rente van 2%. Deze is binnen vier weken beschikbaar. De maximale looptijd van de lening is drie jaar. Tot januari 2021 hoeft niet te worden afgelost.

Versnelde procedure
In vergelijking tot de Bbz bevat de Tozo versoepelde voorwaarden en een versnelde procedure. Een aanvraag voor de Tozo wordt zo veel mogelijk digitaal gedaan en kan binnen vier weken worden afgerond, in plaats van de gebruikelijke 13 weken.

Voorwaarden
De zelfstandig ondernemer moet bij de aanvraag verklaren dat zij verwachten dat als gevolg van de coronacrisis hun inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum. Wanneer dit achteraf anders blijkt te zijn, moet de zelfstandige dit doorgeven aan de gemeente. De versoepeling houdt in dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de levensvatbaarheid van het bedrijf. Daarnaast hebben het vermogen (zoals een spaarrekening en huisbezit) en het inkomen van de partner geen invloed op de tegemoetkoming. De regeling is zo eenvoudig en snel uitvoerbaar.

De regeling geldt voor zelfstandig ondernemers, onder wie zzp’ers, die in Nederland gevestigd zijn en hoofdzakelijk in Nederland werken. Daarnaast moeten aanvragers voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek. Dat houdt in dat zij het afgelopen jaar minimaal 1.225 uur per jaar (24 uur per week) als zelfstandige werkzaam zijn geweest. Werkt een aanvrager korter dan een jaar als zelfstandige, dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat is gewerkt. Tot slot moet een zelfstandige zijn ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voordat deze regeling is aangekondigd, dus voor 17 maart 2020 18.45 uur.

Het kabinet doet een dringend beroep op zelfstandig ondernemers om alleen gebruik te maken van de regeling als dat echt nodig is. Achteraf zal worden gecontroleerd. Gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

DGA’s
Ook een directeur-grootaandeelhouder (DGA) van een besloten vennootschap kan in principe een beroep doen op de tijdelijke regeling, als deze voldoet aan de wettelijke eisen: het urencriterium, er moet sprake zijn van volledige zeggenschap en van het dragen van de financiële risico’s. Ook dient de DGA naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat zijn/haar B.V. nu geen salaris kan uitbetalen.

Voorschotten Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers gepubliceerd
Vandaag zijn beschikkingen met de eerste voorschotten – van in totaal € 250 miljoen – aan gemeenten verzonden. Gemeenten ontvangen dit voorschot voor de uitvoering van de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo).

Bekijk het overzicht van voorschotten per gemeente.

Tip: De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), een andere regeling die zorgt dat bedrijven hun personeel kunnen doorbetalen, is naar verwachting over enkele dagen gereed. Een zelfstandige ondernemer met personeel kan voor zijn loonkosten een tegemoetkoming aanvragen in de NOW-regeling.

Het is bovendien niet nodig meteen bewijsmateriaal mee te sturen. Daar krijgt de ondernemer langer de tijd voor. De invorderingsrente die normaal gesproken ingaat na het verstrijken van de betalingstermijn wordt tijdelijk verlaagd van 4% naar bijna 0%. Dit geldt voor alle belastingschulden. Ook het tarief van de belastingrente gaat tijdelijk naar bijna 0%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen.

Uitstel van betaling van belastingen
Ondernemers kunnen met een brief uitstel van betaling aanvragen bij de Belastingdienst. Nadat het verzoek is ontvangen zet de Belastingdienst de invorderingsmaatregelen stil en krijgen ondernemers dus per direct uitstel van betaling. Individuele beoordeling van het verzoek vindt later plaats. Ondernemers hoeven niet meteen de vereiste “verklaring van een derde-deskundige” mee te sturen. Het kabinet wil dit proces voor de ondernemers zo eenvoudig mogelijk maken met zo min mogelijk administratie. Het kabinet onderzoekt nog hoe dit het meest eenvoudig kan worden vormgegeven.

Verzuimboete vervalt
Om ondernemers tegemoet te komen zal de Belastingdienst de komende tijd een boete (een zogenaamde “verzuimboete”) voor het niet (tijdig) betalen achterwege laten of terugdraaien. De behandeling van verzoeken om uitstel van betaling moet handmatig plaatsvinden, waardoor behandeltijden kunnen oplopen als veel verzoeken binnenkomen.

Invorderingsrente naar bijna 0%
Als een aanslag niet op tijd wordt betaald, moet normaal gesproken 4% invorderingsrente worden betaald vanaf het moment dat de betaaltermijn is verstreken. Om te faciliteren dat ondernemers gemakkelijk uitstel van betaling aanvragen verlaagt het kabinet de invorderingsrente vanaf 23 maart 2020 tijdelijk van 4% naar 0,01%. Deze tariefsverlaging zal gelden voor alle belastingschulden. Omdat het uitvoeringstechnisch niet mogelijk is het percentage naar 0% te verlagen, wordt het percentage (tijdelijk) vastgesteld op 0,01%.

Belastingrente naar bijna 0%
Belastingrente wordt gerekend als een aanslag te laat kan worden vastgesteld, bijvoorbeeld omdat de aangifte niet op tijd of niet voor het juiste bedrag wordt ingediend bij de Belastingdienst. Het tarief van de belastingrente is 8% voor de vennootschapsbelasting en 4% voor overige belastingen. Om ondernemers tegemoet te komen zal het kabinet het percentage van de belastingrente ook tijdelijk verlagen naar 0,01%. Deze verlaging zal gelden voor alle belastingen waarvoor belastingrente geldt. Het kabinet zal de belastingrente zo snel mogelijk aanpassen. Daarbij geldt om uitvoeringstechnische redenen dat de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente ingaat vanaf 1 juni 2020. De enige uitzondering hierop vormt de tijdelijke verlaging van het percentage van de belastingrente in de inkomstenbelasting, die zal ingaan vanaf 1 juli 2020.

Wijzigen van de voorlopige aanslag
Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

Voor kleine ondernemers die geraakt worden door de coronaproblematiek, wordt uitstel van aflossing aangeboden voor de duur van zes maanden en wordt de rente gedurende deze periode automatisch verlaagd naar 2%. Het kabinet ondersteunt Qredits voor deze maatregel met maximaal 6 miljoen euro. Deze ondersteuning zal in principe gelden voor een termijn van negen maanden. De openstelling van deze crisismaatregel loopt tot eind mei 2020.

De openstelling geldt uitsluitend voor coronagerelateerde aanvragen. Qredits zal hiervoor een adequate toets ontwikkelen. Met deze maatregel wordt verwacht dat Qredits 3.000 tot 6.000 ondernemingen kan faciliteren de huidige ongewisse economische malaise het hoofd te bieden. Het Kabinet zal deze maatregel met de Europese Commissie bespreken en kan daarna per direct geïmplementeerd worden door Qredits.

Het gaat hier in het bijzonder om eet- en drinkgelegenheden en andere bedrijven die het grootste deel van hun activiteiten noodgedwongen moeten staken, zoals schoonheidssalons en anderen die mogelijk in de problemen komen vanwege de 1,5 meter afstandseis. Zij zien hun inkomsten grotendeels teruglopen, terwijl hun vaste lasten gewoon doorlopen en hun uitgaven in veel gevallen al gedaan zijn. Deze inkomsten kunnen bovendien moeilijk worden ingehaald wanneer de COVID-19-uitbraak achter de rug is. Eis is wel dat het ondernemingen betreft met een fysieke ruimte buiten het eigen huis.

Het betreft een eenmalig forfaitair bedrag van € 4.000,- voor de periode van drie maanden en geldt alleen voor ondernemingen die qua type en sector in ieder geval aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. De voorwaarden worden op dit moment verder uitgewerkt. Indien nodig worden deze voorwaarden steeds geactualiseerd.

UWV zal een voorschot verstrekken van 80% van de gevraagde tegemoetkoming. Hierdoor kunnen bedrijven hun personeel blijven doorbetalen. Voorwaarde is dat er geen personeel ontslagen mag worden om bedrijfseconomische redenen in de subsidieperiode. Deze Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW) wordt zo spoedig mogelijk opengesteld en is de vervanger van de huidige regeling werktijdverkorting. Hiervoor kunnen bij SZW per direct geen nieuwe aanvragen meer voor worden ingediend. Aanvragen die al zijn gedaan, maar nog niet afgehandeld, zullen worden afgehandeld in de nieuwe regeling. Ondernemers kunnen de tegemoetkoming aanvragen voor een omzetdaling vanaf 1 maart 2020.

Loskoppeling van WW
Deze regeling geldt voor bedrijven van alle omvang. Bovendien is het aanvraagproces door loskoppeling van de WW sterk vereenvoudigd, en worden geen WW-rechten van werknemers opgesoupeerd. De tegemoetkomingsregeling voorziet in ondersteuning in de vorm van tegemoetkoming in de loonkosten van vaste werknemers en werknemers met een flexibel contract voor zover zij in dienst blijven gedurende de aanvraagperiode. Indien een oproepkracht voldoet aan de reguliere voorwaarden voor een WW-uitkering kan op basis daarvan een uitkering worden verstrekt. Werkgevers kunnen dus ook werknemers met flexibele contracten met behulp van de tegemoetkoming in de loonkosten in dienst houden. Ook uitzendbureaus kunnen voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen.

Toetsing achteraf
Achteraf wordt vastgesteld wat het daadwerkelijke verlies in omzet is geweest. Voor grote aanvragen is hierbij een accountantsverklaring vereist. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt een correctie plaats indien er sprake is geweest van een daling van de loonsom. Op basis van de te verstrekken gegevens kan derhalve achteraf worden vastgesteld of het voorschot te ruim of te beperkt is geweest, en kan de definitieve tegemoetkoming worden vastgesteld. Daarbij zal nabetaling of terugvordering aan de orde kunnen zijn.

Meer informatie
Meer informatie over de nieuwe regeling vindt u hier.

Inhoud tijdelijke regeling:

  • De toets op levensvatbaarheid die het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) kent, wordt niet toegepast, waardoor een snelle behandeling van aanvragen mogelijk is.
  • Daarmee wordt binnen 4 weken voor een periode van maximaal 3 maanden inkomensondersteuning voor levensonderhoud verstrekt. Nu kan dat 13 weken duren. Daarbij kan er met voorschotten worden gewerkt.
  • De hoogte van de inkomensondersteuning is afhankelijk van het inkomen en de huishoudsamenstelling maximaal ca. € 1.500, – per maand (netto).
  • Deze versnelde procedure geldt ook voor aanvragen voor een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal € 10.157,-.
  • De inkomensondersteuning voor levensonderhoud wordt ‘om niet’ verstrekt; de ondernemer weet dus zeker dat deze niet later terugbetaald hoeft te worden. Er is in deze tijdelijke regeling geen sprake van een vermogens- of partnertoets.
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal wordt een mogelijkheid tot uitstel van de aflossingsverplichting opgenomen.
  • Bij de verstrekking van een lening voor bedrijfskapitaal zal een lager rentepercentage dan thans in het Bbz geldt worden gehanteerd. Het kabinet doet een oproep aan zelfstandige ondernemers om slechts gebruik te maken van de regeling indien dat nodig is.

De regeling wordt nog verder uitgewerkt. Daarbij zal ook worden gekeken hoe een grotere toestroom van aanvragen op snelle en zorgvuldige wijze behandeld kan worden en wat daar verder voor nodig is.