Vrije ruimte ruimer

Werkgevers mogen nu tot 1,2 procent van de loonsom van alle werknemers onbelast vergoeden of verstrekken: de vrije ruimte. In 2020 wordt de vrije ruimte 1,7% over een loonsom tot € 400.000. Bij een loonsom van exact € 400.000 is dat dus een verruiming van € 2.000. Is de totale loonsom hoger, dan blijft de vrije ruimte over dit gedeelte 1,2%.

Vergoeding VOG vrijgesteld

Veel werkgevers vergoeden de kosten van een Verklaring Omtrent Gedrag die de werknemer in verband met de functie aanvraagt. Deze vergoeding gaat nu ten koste van de vrije ruimte. Met ingang van 2020 is deze vergoeding vrijgesteld.

Let op: Deze verruiming van de werkkostenregeling gaat pas in 2020 in.

Man en vrouw zijn met elkaar getrouwd op huwelijkse voorwaarden, buiten gemeenschap van goederen. De huwelijkse voorwaarden voorzien niet in gemeenschappelijk eigendom van onroerend goed. De bouwkosten van de woning, waarvan zij ieder voor de helft eigenaar zijn, hebben ze samen betaald. Zij zijn als mede-eigenaren van het perceel grond, ieder voor de helft de verkrijger van de daarop gebouwde woning. Ze hebben de bouwkosten gemaakt volgens de civielrechtelijke eigendomsverhouding (50/50). Dit brengt met zich dat het bedrijf van de man (maximaal) de helft van de BTW over de bouwkosten in aftrek kan brengen.

Tip: Ondernemers trouwen vaak op huwelijkse voorwaarden, buiten gemeenschap van goederen. Als de partners samen grond kopen en een woon-werkpand laten bouwen dat ze ook samen betalen, en  het bedrijf is van slechts een partner, dan is de maximale BTW-aftrek over de bouwkosten beperkt. Laat u tijdig adviseren over mogelijke oplossingen.

De schriftelijke bevestiging van de opzegging bevatte de volgende redenen: onder invloed zijn tijdens werktijd, te laat op het werk verschijnen, ten onrechte ziekmelden, ongeoorloofd privé rijden met de auto van de zaak, diefstal, respectloos omgaan met de werkgever.

De advocaat van de werknemer stelt dat het proeftijdbeding nietig is en dat het ontslag dus niet rechtsgeldig is. Hij eist doorbetaling van salaris.

De rechter is van mening dat de proeftijd inderdaad nietig is. De werknemer werkte voorafgaand aan de indiensttreding bij de werkgever in dezelfde functie. De werkgever heeft voldoende gelegenheid gehad om de vaardigheden van de werknemer als grondwerker te beoordelen. Van een rechtsgeldige opzegging tijdens de proeftijd is dus geen sprake.

Volgens de werkgever gaf hij in het telefoongesprek ontslag op staande voet en had werknemer dat moeten begrijpen, ook al sprak de bevestigingsbrief over ontslag tijdens de proeftijd. De rechter is het daar niet mee eens. Ook een ontslag tijdens de proeftijd moet namelijk worden gemotiveerd. Bovendien werd niet aan de vereisten voor een rechtsgeldig ontslag op staande voet voldaan. Kortom: de arbeidsovereenkomst is na 22 oktober gewoon doorgelopen. De werkgever wordt volledig in het ongelijk gesteld.

Tip: Ga vooraf na of u in een arbeidsovereenkomst met een medewerker een proeftijdbeding mag opnemen. Is er, ook in de proeftijd, een dringende reden voor ontslag op staande voet, geef dit ontslag dan onverwijld. In uw schriftelijke bevestiging vermeldt u de dringende reden voor ontslag op staande voet. Zo staat u juridisch sterker, mocht de rechter de proeftijd achteraf nietig verklaren.

Omdat de man, op verzoek van de kopers, op het adres van de verkochte woning ingeschreven bleef staan tot maart 2015. Dat betekent een tegenvaller voor de vrouw van ruim € 4.000. Ze gaat naar de rechter.

De rechter stelt vast dat de man inderdaad sinds maart 2014 niet meer bij de vrouw woonde. De vrouw was dus vanaf het vertrek van de man een alleenstaande ouder, die ook financieel volledig de zorg voor de kinderen had.

Maar helaas acht de rechter dat niet relevant. Nu de man gedurende het gehele jaar op het adres van de voormalige woning was ingeschreven en de vrouw zich pas in november 2014 heeft uitgeschreven, was de man volgens de letter van de wet tot november 2014 partner van de vrouw. En dan heeft ze helaas geen recht op de geclaimde korting.

De alleenstaande ouderkorting is per 2015 overgegaan in de regeling van het kindgebonden budget. Een alleenstaande ouder krijgt in 2019 maximaal € 3.139 euro per jaar extra.

Let op: Rond een echtscheiding kan uw feitelijke en juridische woonsituatie flinke fiscale gevolgen hebben. Laat u tijdig informeren en neem deze consequenties mee in de onderlinge afspraken.

Deze rechter vindt dat de relatie werkgever-werknemer in de praktijk niet is gewijzigd. Deliveroo heeft de standaard partnerovereenkomst opgesteld. Deze is niet onderhandelbaar, evenmin als het tarief. Er is volgens de rechter nog een gezagsverhouding, gezien het systeem dat gebruikt wordt voor inroosteren en bezorgen. Bezorgers hebben bovendien in de praktijk weinig vrijheid om een klus te weigeren. Als ze dat doen, dan werkt dat financieel nadelig voor ze uit. Zelf vervanging regelen is toegestaan, als een bezorger een klus aangeboden krijgt, moet hij snel gaan bezorgen en heeft hij daar dus geen tijd voor. En Deliveroo moet toestemming geven als een vervanger een hele dienst van een bezorger wil overnemen. Dat lijkt op de procedure bij een reguliere arbeidsovereenkomst. Deliveroo is tegen de uitspraak in beroep gegaan.

Tip: De grens tussen werken in loondienst of als zelfstandige blijft de gemoederen bezighouden. Er zijn ook flinke consequenties op het vlak van sociale zekerheid, pensioen en belastingen. Gaat u met zelfstandigen werken, laat u dan tijdig adviseren.

Voor de Peugeot houdt de ondernemer een rittenadministratie bij om aan te tonen dat hij deze auto niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden gebruikt. Bij controle door de Belastingdienst blijkt echter dat in de rittenadministratie 1.282,5 kilometer woon-werkverkeer naar de werkgever is opgenomen. De ondernemer is van mening dat dit zakelijke kilometers zijn. Woon-werkverkeer is immers zakelijk.

De Belastingdienst en de rechter denken daar in dit geval anders over. Waarom? Dit gebruik van de Peugeot van de eigen zaak voor woon-werkverkeer naar de werkgever geldt – bezien vanuit de fiscale onderneming – als privégebruik, tenzij er een vergoeding voor dit gebruik in de winst is opgenomen of het loon uit dienstbetrekking deel uitmaakt van de winst. Beide zijn niet het geval. Correctie volgt: volledige bijtelling wegens privégebruik van de Peugeot.

Tip: Hebt u een eigen onderneming naast een dienstbetrekking? Let dan op met gebruik van uw auto van de eigen zaak voor woon-werkverkeer naar de werkgever. Let ook op als u de auto van de werkgever gebruikt voor woon-werkverkeer naar uw eigen zaak.

Voorwaarden per 1 januari 2019
1. U dient een ontslagaanvraag in vanwege een slechte financiële situatie, eventueel gecombineerd met andere bedrijfseconomische redenen.

2. U bent een kleine werkgever: u heeft (samen met eventuele andere ondernemingen in een groep) gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst. Het gaat hierbij om de periode van 1 juli tot en met 31 december in het jaar voordat de ontslagaanvraag is ingediend.

3. Het gemiddelde nettoresultaat over de 3 boekjaren vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, is lager dan 0.

4. De waarde van uw eigen vermogen was maximaal 15% van uw totale vermogen aan het einde van het boekjaar. Het gaat dan om het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.

5. De waarde van uw vlottende activa was lager dan uw schulden aan het einde van het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend. Het gaat daarbij om schulden met een resterende looptijd van maximaal 1 jaar.

Ontslagaanvraag voor 1 januari 2019 ingediend?
Als u de ontslagaanvraag heeft ingediend vóór 1 januari 2019, dan gelden voor deze aanvraag nog de oude regels bij punt 3 en 4:

3. Het nettoresultaat over de 3 boekjaren vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend, is lager dan 0.

4. De waarde van uw eigen vermogen was negatief aan het einde van het boekjaar. Het gaat dan om het boekjaar vóór het boekjaar waarin de ontslagaanvraag is ingediend.

Tip: De voorwaarden voor de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers zijn ten opzichte van 2018 versoepeld. U komt dus eerder in aanmerking. In het formulier Aanvraag ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische redenen vraagt u een verklaring aan voor toepassing van de overbruggingsregeling. Dit kan alleen als u een slechte of slechter wordende financiële situatie als reden voor het ontslag heeft aangegeven.

Pas bij de rechter gaf de Belastingdienst toe dat de PGB-werkzaamheden wel degelijk een fiscale ondernemersactiviteit vormden. De rechter kende haar een schadevergoeding toe van € 5.000. In hoger beroep verviel deze, omdat mevrouw volgens het gerechtshof voor beide werkzaamheden aparte aanvragen had moeten indienen. De hoogste rechter was het daar vervolgens niet mee eens. Als iemand voor twee soorten werkzaamheden een enkele aanvraag indient, kan de Belastingdienst best twee verschillende Verklaringen Arbeidsrelatie afgeven. 

Een lagere rechter moet vervolgens onderzoeken of mevrouw recht heeft op schadevergoeding. Deze rechter stelt vast dat mevrouw door het ontbreken van de VAR-WUO inderdaad haar PGB-zorg niet kon voortzetten. Potentiële opdrachtgevers wilden haar immers niet inhuren zonder die VAR. Ze krijgt een schadevergoeding toegewezen van € 10.000.

Tip: Is uw VAR-aanvraag ten onrechte niet toegekend en hebt u daardoor aantoonbare schade geleden, dan kunt u wellicht nog een schadevergoeding claimen van de Belastingdienst.

Zo vindt u onder meer informatie over de vraag wat het UWV van u als werkgever verwacht bij de re-integratie van een werknemer, hoe het UWV toetst of uw re-integratie-inspanningen voldoende zijn en wat de gevolgen zijn als uw inspanningen achteraf onvoldoende waren. In 40 pagina’s worden ook de betrokken instanties, hun acties en de procedures besproken.

Tip: U vindt de Werkwijzer Poortwachter hier

De rechter stelt vast dat de werknemer al voor het eerste incident met een alcoholprobleem kampte. Hij was onder behandeling bij een instelling voor verslavingszorg. Niet relevant is dat de werkgever hiervan pas na het ontslag op de hoogte was.

Volgens het alcohol- en drugsbeleid van de werkgever moet in geval van een alcoholprobleem in overleg met de bedrijfsarts een hulpplan worden opgesteld. Overtreding van het plan leidt tot een schriftelijke waarschuwing. Een tweede overtreding kan leiden tot ontslag op staande voet.

De werkgever heeft echter zowel bij het eerste als het tweede incident geen hulpplan aangeboden. De incidenten waren echter volgens de rechter wel degelijk aanleiding om samen met de bedrijfsarts te onderzoeken of van een alcoholprobleem sprake was.

De rechter acht tevens van belang dat de werknemer een dienstverband had van 25 jaar en dat de werkgever al die tijd tevreden was over zijn functioneren. 

Het ontslag op staande voet wordt vernietigd. De rechter herstelt de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht tot de datum van het onterechte ontslag op staande voet. Omdat de juridische procedure ruim 2,5 jaar duurde, heeft de werknemer recht op een nabetaling van circa € 100.000. Bovendien wordt de werkgever veroordeeld in de kosten van de procedure.

Tip: Hebt u een alcohol- en drugsbeleid, pas dit dan bij een incident ook consequent toe.