Bewezen wordt dat uit de inschakeltijden van het alarm blijkt dat hij achttien maal een tot twee uur te laat is begonnen. Ook wordt vastgesteld dat de manager bewust telkens als aanvangstijd van zijn werk de normale openingstijd in de werktijdenregistratie heeft ingevoerd. Hij wordt geschorst en vervolgens op staande voet ontslagen omdat hij zo ten onrechte loon heeft gehad over niet gewerkte uren. Bovendien heeft hij de werkgever benadeeld door de winkel te laat te openen. Ook heeft hij zijn voorbeeldfunctie als winkelmanager veronachtzaamd.

De rechter bevestigt dat deze werkwijze een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Bovendien is sprake van zodanig ernstig verwijtbaar handelen dat geen transitievergoeding wordt toegekend.

De werkgever vordert ook omzetschade. Die wordt niet toegekend omdat niet wordt bewezen dat bij het telkens te laten komen sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid.

Tip: Soms kan een werknemer er, in zijn beleving, niets aan doen dat hij te laat komt. Als openen van de winkel zijn verantwoordelijkheid is, moet hij dat echter zelf voorkomen. Als hem dat niet lukt en hij voert de niet gewerkte uren in als werktijd, levert uiteraard regelrechte fraude op. Reden voor ontslag op staande voet.

De vraag is of het in het belastbaar inkomen uit box 3 betrekken van vermogen dat in de maand van de peildatum is gebruikt voor de aflossing van de hypotheekschuld leidt tot een individuele en buitensporige last. Als dat het geval zou zijn, zou de belasting moeten worden gecorrigeerd.

De rechter maakt korte metten met deze redenering. Voor de vaststelling van de verschuldigde inkomstenbelasting box 3 over het gehele jaar 2016, wordt uitgegaan van de hoogte van het box 3-vermogen op de peildatum 1 januari 2016.

Box 3-vermogensmutaties, positief of negatief, na de peildatum zijn bij het vaststellen van de belastingschuld over het desbetreffende jaar in beginsel niet van belang. Dit is inherent aan de keuze van de wetgever. De situatie van belanghebbende, waarin hij er voor heeft gekozen de spaartegoeden gedurende het jaar aan te wenden, wijkt niet wezenlijk af van de situatie van andere belastingplichtigen met box 3-vermogensmutaties. Van een last die zich in het geval van belanghebbende sterker laat voelen dan in het algemeen is hier dan ook geen sprake. Dat de keuze van belanghebbende om de hypotheekschuld op zijn eigen woning af te lossen legitiem was, doet hier niet aan af.

Tip: Als deze particulier voor 1 januari had afgelost, had hij een paar duizend euro belasting bespaard. Het kan verstandig zijn om niet al te lang na de zomervakantie uw financiële en fiscale positie eens met ons te bespreken. Zo kunnen we bepalen wat zinvol en mogelijk is, en welke maatregelen u beter voor en welke u beter na 31 december 2019 kunt nemen.

De rechter stelt vast dat het concurrentiebeding rechtsgeldig is. Hij stelt ook vast dat de nieuwe werkgever een concurrent is van de oude. Beide bedrijven doen aan asbestsanering en vissen in dezelfde vijver. Ook staat vast dat de werknemer nog steeds bij de nieuwe werkgever werkt.

Dit betekent dat ook het boetebeding in beginsel van toepassing is. Maar de rechter mag dit matigen als de toepassing tot een onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij let de kantonrechter op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen.

Toewijzing van de gevorderde boete zou ertoe leiden dat de ex-werknemer een boete zou moeten betalen van in totaal 892.500 euro. Dat vindt de rechter onaanvaardbaar. Hij matigt de boete tot 4.000 euro, ongeveer twee maandsalarissen. De werknemer verdient immers slechts 500 euro per maand meer dan het minimumloon. Verder heeft de werkgever niet laten zien dat hij gedurende de 355 dagen daadwerkelijk schade heeft geleden.

Van een dergelijke boete gaat nog steeds een voldoende signaal uit om werknemers in vergelijkbare omstandigheden ervan te weerhouden in strijd met het concurrentiebeding te handelen.

Tip: Een concurrentiebeding met boete per dag dat de overtreding voortduurt, kan leiden tot een exorbitant hoge boete, zeker in relatie tot het inkomen van de ex-werknemer. Toch houdt het beding zelf stand. In de praktijk matigt de rechter een dergelijke boete tot een redelijk bedrag.

De werknemer ontkent eerst dat hij elders werkt. Dan stelt hij zich op het standpunt dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hij was auto’s aan het poetsen om onder de mensen te zijn. Dat was uit medisch oogpunt noodzakelijk en had hij besproken met de bedrijfsarts.

Hoewel de rechter begrip heeft voor het gegeven ontslag op staande voet, toen de werknemer botweg ontkende, oordeelt hij dat het niet terecht was. Waarom?

De werkgever had eerst via de bedrijfsarts moeten nagaan of de werknemer nog steeds niet in staat was tot enige arbeid, bijvoorbeeld auto’s wassen, en of hij zijn genezing belemmerde door het verrichten van de werkzaamheden of dat deze juist zijn herstel bevorderden. Ook had de werkgever aan de bedrijfsarts moeten vragen of de werknemer toestemming had om de werkzaamheden te verrichten.

Tip: Ontslag op staande voet is een zware maatregel die u meestal beter niet in de, begrijpelijke, emotie van het moment kunt nemen.

Volgens de wet wordt tot de eigen woning onder meer gerekend een gebouw of een gedeelte van een gebouw met de daartoe behorende aanhorigheden, voor zover dat de belastingplichtige anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat.

Het tijdelijk verhuurde tuinhuis is een aanhorigheid. Het staat slechts tijdelijk (als het niet is verhuurd) aan het echtpaar ter beschikking. Dat betekent dat het niet tot de eigen woning kan worden gerekend. Daarom zijn de inkomsten uit de Airbnb-verhuur niet als inkomsten uit eigen woning belast. Uit het systeem van de wet volgt dat het tuinhuis dan behoort tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3).

De belastingheffing vindt dus forfaitair plaats op basis van de waarde per 1 januari van het tuinhuis inclusief de bijbehorende grond. De hoogte van het forfaitair rendement hangt af van de omvang van het vermogen in box 3.

Tip: Tijdelijke verhuur van een tuinhuis of een ander gedeelte van uw eigen woning kan fiscaal gunstig uitpakken. We rekenen het graag met u door.

In de afwijkingsbrief meldt de Belastingdienst dat de werknemer in 2014, in een rechtszaak, heeft verklaard dat hij ook in zijn vrije tijd met de bedrijfsauto rijdt omdat hij oproepbaar is. Hij moet binnen een uur ter plaatse zijn. Deze verklaring rechtvaardigt het vermoeden dat de werknemer met de bedrijfsauto privéritten maakt.

Volgens de rechter gaat de Belastingdienst in deze zaak op drie manieren de fout in.

Correctie via de werkgever
Met betrekking tot een aan een werknemer ter beschikking gestelde bestelauto van de zaak waarvoor een ‘verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ is afgegeven en die niet is ingetrokken, dient de correctie wegens (gesteld) privégebruik plaats te vinden door middel van naheffing van loonbelasting. En dus niet uitsluitend via de inkomstenbelasting bij de werknemer.

Correctie in de actualiteit
De correctie moet zoveel mogelijk plaatsvinden naar aanleiding van een constatering van (mogelijk) privégebruik in de actualiteit. In dit geval is het vermoeden van privégebruik in 2014 ontstaan en heeft de Belastingdienst de eerste brief daarover pas in de loop van 2017 naar de werknemer gestuurd.  

Gesteld privégebruik onvoldoende onderbouwd
Waar en wanneer de werknemer in 2014, naar de Belastingdienst vermoedt, de bestelauto voor privédoeleinden heeft gebruikt, is niet vastgesteld. Aangezien het vermoeden niet op een bepaalde rit of ritten was gebaseerd, kon belanghebbende geen tegenbewijs geven. Zo’n non-specifieke onderbouwing van het vermoeden van privégebruik is onvoldoende basis voor een correctie.

Tip: Deze zaak biedt drie aanknopingspunten om een correctie wegens privégebruik van een bestelauto aan te vechten.

De Leidraad sluit aan bij de initiatieven van het kabinet om de positie van zzp’ers aan de onderkant van de arbeidsmarkt te verbeteren. Markten werken niet goed als zzp’ers door lage uurtarieven onder het bestaansminimum komen.

Wat mag wel?
Soms willen zzp’ers collectieve afspraken maken over hogere tarieven. Dat mag meestal niet, omdat prijsafspraken tussen ondernemingen de concurrentie vervalsen wat leidt tot hogere prijzen voor consumenten.

De Leidraad laat zien welke ruimte zzp’ers volgens de Mededingingswet hebben om zulke afspraken te maken. Zzp-ers mogen dat doen als ze:

  • Zij-aan-zij werken met werknemers en daardoor geen onderneming zijn in de zin van de Mededingingswet.
  • Onderling afspreken om het door het kabinet aangekondigde wettelijke minimumtarief (16 euro per uur) in de periode voor de invoering daarvan al te waarborgen.
  • Met hun opdrachtgevers gezamenlijk afspreken dat een hoger minimumtarief nodig is om op een bestaansminimum te komen.

Zij-aan-zij werken met werknemers
Zzp’ers die zij-aan-zij werken met één of meer werknemers en in de dagelijkse gang van zaken niet te onderscheiden zijn van die werknemers, zijn voor dat werk geen onderneming in de zin van de Mededingingswet. Het kartelverbod geldt dan niet voor deze zelfstandigen. Zij mogen voor dat werk samen afspraken maken over hun beloning. Dat mag ook in het kader van een cao.

Aangekondigd wettelijke minimumtarief nu al waarborgen
Het kabinet heeft aangekondigd dat het in 2021 een wettelijk minimumtarief voor zzp’ers van 16 euro per uur gaat invoeren. Hiermee wil het kabinet zzp’ers beschermen tegen armoede en voorkomen dat zij tegen een te laag tarief ingehuurd worden. Ook voorkomt het dat opdrachtgevers alleen vanwege lagere kosten kiezen om zelfstandigen in te huren wat leidt tot sociale dumping. Omdat het kabinet dit voornemen heeft, zal de Autoriteit Consument en Markt in de periode voor invoering van het minimumtarief geen boetes opleggen bij afspraken tussen zzp’ers om dit minimumtarief nu al te realiseren.

Tip: Als zzp-er krijgt u dus enige ruimte om met andere zzp-ers tariefafspraken te maken.  

De rechter komt eraan te pas. Hij stelt dat degene die gelden op een derdenrekening van de notaris heeft gestort, geacht wordt rechthebbende tot die gelden te zijn, tenzij anders blijkt.

De rechter stelt vervolgens vast dat een verplichting tot agiostorting niet blijkt uit de akte van oprichting van de A BV en evenmin uit de statuten of uit een overeenkomst. De oprichter had dus vóór 1 januari 2013 geen afdwingbare verplichting om het op de derdenrekening van de notaris gestorte bedrag aan de BV te voldoen. Dus was de oprichter op 1 januari 2013, de peildatum voor het vermogen in Box 3, de enige rechthebbende op dat bedrag, zodat het zijn vermogen op dat moment niet had verlaten. Het is dus belast in Box 3.

Dat het bedrag enkele weken later, na die peildatum, van de derdenrekening aan de BV is overgemaakt, is niet relevant.

Let op: Bij belastingadvies komt het vaak aan op een exacte juridische vastlegging en een consequente uitvoering. Hier was de uitvoering er wel, maar de juridische vastlegging was onvoldoende om het beoogde resultaat te behalen.  

De medewerker had al bij het ingaan van het nieuwe dienstrooster met zijn leidinggevende besproken dat hij op sommige dagen een half uur eerder naar huis moest om zijn kinderen op te vangen. Dat was geen probleem. Hij heeft zich beide keren afgemeld bij de assistent teamleider. De collega had de pas geleend omdat diens eigen pas niet goed werkte en hij daar geen eten mee kon halen. Daarom kon de medewerker niet zelf uitklokken.

Tijdens de zitting geeft een productiemanager aan dat het dagelijks voorkomt dat medewerkers onjuist of helemaal niet uitklokken. Dan wordt achteraf gevraagd naar de reden en worden eventueel de geregistreerde uren handmatig aangepast. Er is verder niemand op staande voet ontslagen wegens onjuist uitklokken.

In geval van fraude moet er sprake zijn van bedrog met als doel het zichzelf of een ander bevoordelen. Gezien het bovenstaande zijn daarvoor geen aanwijzingen. Daarom is er geen sprake van een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Het ontslag is niet rechtsgeldig gegeven.

Een poging van de werknemer om de billijke vergoeding op twaalf maandsalarissen plus toeslagen te laten vaststellen, faalt. Wel stelt de rechter vast dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang heeft opgezegd zonder dat hij daarvoor een dringende reden had. Daarmee staat vast dat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De werknemer is immers ten onrechte geconfronteerd met de situatie dat hij van de ene op de andere dag zijn arbeidsovereenkomst en daarmee zijn loon heeft verloren, terwijl hij reeds dertien jaar bij de werkgever werkte. Bovendien had hij een onberispelijke staat van dienst. Maar inmiddels heeft hij al wel ander werk.

De rechter kent aan de medewerker een billijke vergoeding toe van € 5.000, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van ruim € 12.000 en, omdat van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer geen sprake is, een transitievergoeding van ruim € 17.000.

Let op: De werknemer heeft al een andere baan. Toch betaalt de werkgever flink voor miscommunicatie binnen zijn managementlagen. Zorg er als werkgever voor dat u de feiten volledig boven tafel krijgt, voordat u besluit tot ontslag op staande voet.

De zoon vindt van niet. De opschortende voorwaarde betekent immers dat er pas een definitieve schenking is, als moeder overlijdt. En ze leeft nog. Bovendien is er een kans dat hij zelf eerder overlijdt dan moeder. En dan krijgt hij niets. De Belastingdienst heeft een andere mening. Hoe oordeelt de rechter?

Door de schenking heeft de zoon een voorwaardelijke geldvordering op zijn moeder gekregen. Die vordering moet worden gewaardeerd naar de waarde in het economisch verkeer.

Omdat de vordering renteloos is, houdt moeder het genot van de aan de vordering ten grondslag liggende gelden. Ze heeft een genotsrecht dat moet worden gewaardeerd volgens de wettelijke tabellen die daarvoor gelden. Deze tabellen bepalen de waarde van een genotsrecht aan de hand van de leeftijd van de genotsgerechtigde. De waarde van het genotsrecht van moeder komt in mindering op de nominale waarde van de vordering van de zoon.

Tip: Ook al ervaart u geen inkomen of vermogen, toch kunt u voor de inkomstenbelasting belastbaar inkomen genieten. Een goede adviseur informeert u en begeleidt u bij de vormgeving van eventuele fiscale alternatieven.