De ontvanger van de schenking moet in al deze gevallen tussen de 18 en 40 jaar oud zijn. Goedgekeurd is dat men ook voldoet ook aan dit leeftijdsvereiste als men op de dag van de schenking 40 jaar oud wordt. Bovendien geldt de vrijstelling ook als niet de ontvanger zelf, maar diens partner op het moment van de schenking tussen 18 en 40 jaar oud is, of op de dag van de schenking 40 jaar wordt.

Verder is goedgekeurd dat kwijtschelding van een bestaande eigen woningschuld voor de toepassing  van de eenmalige verhoogde vrijstelling geldt als een aflossing van die eigenwoningschuld. En als de verkoper van een woning de koopsom blijkens de notariële akte bij de levering kwijtscheldt, geldt deze kwijtschelding als een schenking voor de verwerving van een eigen woning.

De goedkeuringen gelden uiteraard alleen indien aan de overige voorwaarden voor toepassing van deze vrijstellingen wordt voldaan.

Tip: Overweegt u een forse schenking, laat u adviseren over de mogelijkheden.

Volgens de rechter is sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De werknemer werd plotseling aan de kant gezet, kreeg geen werk meer en werd nergens meer bij betrokken. De werkgever volgde ook het advies van de bedrijfsarts om de werknemer te begeleiden naar een nieuw toekomstperspectief niet op. Werkgever was er alleen nog op uit om van de werknemer af te komen.

De rechter ontbindt de overeenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Daarbij neemt hij de maximale opzegtermijn in acht. Verder kent hij de maximale transitievergoeding toe. Bovendien dient werkgever een zeer forse billijke vergoeding te betalen. Het gaat er namelijk om dat de werknemer volledig wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Rekening houdend met het dienstverband en het perspectief van de werknemer stelt de rechter de billijke vergoeding vast op € 628.000 bruto. In totaal dient de werkgever inclusief vergoeding van vakantiedagen, rente en kosten ruim € 760.000 te betalen.

Tip: Binnen een bedrijf kunnen functies, taken, locaties en werkzaamheden veranderen. Werknemers hierbij voor een voldongen feit stellen, kan u als werkgever duur komen te staan.

Een commissie van deskundigen heeft een oplossing bedacht, de zogenaamde factuurvariant. Alle 1,3 miljoen zzp-ers en eenmanszaken krijgen voor 1 januari 2020 een nieuw BTW-nummer. Dat nummer moeten ze naar buiten toe gebruiken, dus op hun facturen en op hun website. 

Voor de communicatie met de Belastingdienst blijft het oude nummer van kracht. Voor de omzetting van het oude naar het nieuwe nummer komt er een handige conversiemodule. De Autoriteit Persoonsgegevens vindt dit een acceptabele oplossing.

Tip: In de loop van 2019 krijgt u van de Belastingdienst bericht over uw nieuwe BTW-nummer en de conversiemodule.

Werknemers die daarvoor in aanmerking komen, kunnen de volledige heffingskorting wel via de inkomstenbelasting verrekenen. Het gaat dan om buitenlandse belastingplichtigen die inwoner zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, Zwitserland of de BES-eilanden (de landenkring). Compenseert u in 2019 vanwege een nettoloonafspraak hun extra loonbelasting, dan hebben deze werknemers een extra voordeel.

In het vierde kwartaal van 2018 heeft de Belastingdienst buitenlandse belastingplichtigen die in Nederland een inhoudingsplichtige hebben een brief gestuurd. Het gaat om ongeveer 470.000 mensen. Daarin is de wijziging per 1 januari 2019 uiteengezet. Ook wordt uitgelegd of en hoe deze belastingplichtigen hun recht op het belastingdeel van de heffingskortingen kunnen effectueren.

Tip: Werkt u veel met arbeidsmigranten, breng dan goed in kaart wat hun feitelijke woonplaats is. U gaat mogelijk te maken krijgen met nettoverschillen.

Rekenvoorbeeld werknemer
Een werknemer met een brutoloon van € 3.500 leaset voor € 466 per maand een elektrische auto. De werkgever kan die € 466 in ruil voor brutoloon onbelast vergoeden. De kosten van de werknemer zijn dan slechts € 256. Hij heeft een voordeel van € 210 door de omzetting van bruto- naar nettoloon. Er is wel een 4% bijtelling voor privégebruik.

Voordeel
Het voordeel voor de werknemer is uiteraard afhankelijk van de specifieke situatie. De werkgever heeft ook voordeel: een lager brutoloon betekent minder sociale premies en minder vakantiegeld.

Let op: Deze goedgekeurde oplossing is recentelijk in de krant verschenen.Binnenkort worden er Kamervragen over gesteld. Wilt u de methode ook gebruiken? Dan is het zinvol dit tevoren af te stemmen met de Belastingdienst.

Wat verandert er voor uw (ex-) werknemer?
Vanaf 1 januari 2019 belt het UWV de (ex-)werknemer na zijn ziekmelding niet meer. Hij krijgt een ontvangstbevestiging van de ziekmelding met daarin een link naar een digitale vragenlijst met vragen over zijn ziekmelding. Deze vragenlijst moet hij binnen 3 dagen invullen. Hiervoor logt hij extra veilig in via DigiD met een persoonlijke code. De persoonlijke code krijgt de (ex-)werknemer in de ontvangstbevestiging.

DigiD met extra beveiliging vraagt de werknemer zelf aan. Op dit moment logt uw (ex-)werknemer bij het UWV in met een DigiD-gebruikersnaam en -wachtwoord. Extra veilig inloggen via DigiD doet hij via de DigiD-app of de sms-controle.

Tip: Heeft de werknemer nog geen DigiD-app of sms-controle? Dan adviseert het UWV die snel aan te vragen. Het duurt ongeveer 3 werkdagen voordat de aanvraag verwerkt is.

De wijzigingen zijn ingedeeld in hoofdstukken: Inkomsten- en loonbelasting, Belastingen op milieugrondslag, Autobelastingen, Vennootschapsbelasting, en BTW en accijns

De inflatiecorrectie voor 2019 leidt tot een bijstelling van de daarvoor in aanmerking komende bedragen met 1,2 procent. De wijzigingen die enkel veroorzaakt worden door de inflatiecorrectie vindt u in een bijlage.

Tip: Bekijk de brochure voor een snel overzicht van de wijzigingen per 1 januari 2019.

De arts diende voor de werkzaamheden op naam van de maatschap declaraties in bij de ziekenhuisadministratie. Die controleerde de declaraties, ondertekende die en stuurde die vervolgens door naar de zorgverzekeraar. Declaratie bij en betaling door de zorgverzekeraar geschiedde op basis van de verrichte medisch specialistische handelingen. Belanghebbende kreeg van het ziekenhuis vijftig procent van het bij de zorgverzekeraar gedeclareerde bedrag uitbetaald.

Volgens het gerechtshof is hierbij geen sprake van winst uit onderneming. De werkzaamheden zijn niet zelfstandig en voor eigen rekening en risico verricht. Bovendien was er geen ondernemersrisico.

Daar is de Hoge Raad, de hoogste rechter, het niet mee eens. De arts declareerde op naam van de maatschap en had geen eigen declaratierecht. Ook kreeg hij van de gedeclareerde bedragen “slechts” vijftig procent uitbetaald. Maar dat betekent nog niet dat van zelfstandigheid geen sprake is. Het gerechtshof had deze omstandigheden moeten beoordelen in samenhang met de vereisten van continuïteit en het lopen van ondernemersrisico. Maar over de continuïteit van de werkzaamheden heeft het gerechtshof niets vastgesteld. Verder is onduidelijk waarom het gerechtshof geen betekenis toekent aan het inkomensrisico dat de arts liep indien hij niet voor de werkzaamheden zou worden ingezet. Een ander gerechtshof mag de zaak gaan overdoen.

Let op: Na een ongunstig oordeel van de Belastingdienst kunt u in bezwaar bij de Belastingdienst zelf, dan in beroep bij de rechtbank, dan bij het gerechtshof en daarna naar de Hoge Raad. Soms verwijst die terug naar een ander gerechtshof. De volledige rechtsgang kost geld en tijd. Maar, soms is het belang groot genoeg. 

Rechtsvermoeden
Voor gevallen waarin de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is overeengekomen, biedt de wet een rechtsvermoeden. Als de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, wordt vermoed dat de bedongen arbeid een omvang heeft gelijk aan de gemiddelde arbeidsomvang per maand in de voorafgaande drie maanden. In dit geval levert dit niets op, aangezien mevrouw nog geen drie maanden had gewerkt.

Bewijs 36-urige werkweek
Hoe bewijst de vrouw dat sprake was van een arbeidsovereenkomst met een omvang van 36 uur per week? Ze komt met drie e-mails aan de boekhouder van werkgever waarin ze heeft geschreven dat zij een “36 uur contract” heeft. Daarop is noch door de boekhouder noch door werkgever ontkennend gereageerd. De loonstrook over de maand juli was aanvankelijk gebaseerd op 36 uur per week. Pas later is deze veranderd in een loonstrook met een voorschotbetaling. Uit de loonstrook over juni 2017 blijkt dat over die maand 156 uren zijn uitbetaald, wat neerkomt op 36 uur per week. Maar volgens de urenstaat had ze slechts 146 uren gewerkt. Als sprake zou zijn geweest van een oproepcontract, dan zou het voor de hand hebben gelegen dat 146 uren zouden zijn uitbetaald en niet 156 uren.

Het hof vindt het verder van belang dat in de praktijk niet werd gewerkt met een (oproep)rooster en geen sprake is geweest van daadwerkelijke oproepen. Mevrouw werkte elke dag, van maandag tot en met vrijdag. Hiermee staat voor het gerechtshof vast dat sprake is van een overeengekomen arbeidsomvang van 36 uur per week. Uitgangspunt is dan ook dat ze over de maanden juli en augustus 2017 aanspraak kan maken op een salaris dat is gebaseerd op een 36-urige werkweek, plus het over deze maanden pro rata opgebouwde vakantiegeld en de structurele eindejaarsuitkering.

Ziekteperiode
Over de periode tussen 1 september en 1 december bestrijdt de werkgever met succes dat sprake was van arbeidsongeschiktheid. Mevrouw heeft dus geen recht op loon tijdens haar ziekteperiode.

Aanzegvergoeding
Omdat aanzegging van het einde van haar tijdelijk contract niet heeft plaatsgevonden, eist mevrouw de zogenaamde aanzegvergoeding. De hoogte daarvan is gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. De rechter kent deze vergoeding volledig toe.

Tip: Een model of conceptovereenkomst heeft geen bewijskracht. Zorg dus altijd voor een door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst, ook of juist bij een nulurencontract.  

Het geschil verplaatst zich naar de rechter. Is sprake van normaal actief vermogensbeheer of van een fiscale onderneming? De bewijslast hiervoor legt de rechter bij de DGA. Hij verzoekt immers om toepassing van een bijzondere regeling.

De rechtbank overweegt dat de portefeuille aanzienlijk is. Verhuur van 1.100 garageboxen genereert meer werk dan de verhuur van slechts enkele garageboxen. Maar de aard van de werkzaamheden is niet substantieel anders. Het blijft gaan om het adverteren, het opmaken van huurovereenkomsten, het onderhouden van contacten met huurders, het innen van huren en het (doen) uitvoeren van onderhoud. Dit zijn activiteiten die tot een normaal vermogensbeheer behoren. Enkel de omvang van de vastgoedportefeuille kan niet tot de conclusie leiden dat sprake is van een materiële onderneming.

Naast de garageboxen verhuurt de B.V. 57 bedrijfsruimten. Een klein deel daarvan is in de voorbije jaren opgesplitst in kleinere verhuurbare units. Volgens de rechtbank is dat inspelen op de behoefte in de markt, maar nog geen projectontwikkeling. En al zou het dat wel zijn, binnen het geheel van activiteiten gaat het om incidenten.

De portefeuille genereert als geheel niet meer rendement dan bij normaal vermogensbeheer. Berekeningen van de DGA komen tot een hoger rendement, maar die elimineren ten onrechte de uitgekeerde salarissen. Ook relateert hij de gerealiseerde opbrengst ten onrechte aan de historische kostprijs in plaats van aan de werkelijke waarde.

Al met al is er volgens de rechtbank geen sprake van werkzaamheden die onmiskenbaar ten doel hebben het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende voordeel te boven gaat.

Tip: Een activiteit die u via een B.V. uitoefent, is niet altijd een onderneming in fiscale zin. Dat kan pijnlijk duidelijk worden als u gebruik wilt maken van fiscale regelingen die alleen voor fiscale ondernemingen bedoeld zijn. Dan kan de fiscus, soms terecht, dwars gaan liggen.