Als de totale som van schulden van de DGA aan zijn eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang in aanmerking genomen. Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap komt een overgangsmaatregel.

De maatregel treedt volgens het voorstel op 1 januari 2022 in werking. Het kabinet wil DGA’s zo drie jaar de tijd geven om hun excessieve schulden terug te brengen tot maximaal € 500.000 voordat zij over deze leningen box 2-heffing moeten betalen. Een echt wetsvoorstel is er nog niet, dat komt begin 2019. 

DGA’s krijgen bovendien te maken met een verhoging van dat Box 2-tarief. Nu en in 2019 is het 25%, in 2020 gaat het naar 26,25 % en in 2021 naar 26,9%. Deze staat tegenover een stapsgewijze  verlaging van de vennootschapsbelasting. Voor winsten tot € 200.000 wordt het tarief 19% in 2019, 17,5% in 2020 en  16% in 2021. Voor winsten vanaf 200.000 gaat het tarief naar 24,3% in 2019, 23,9% in 2020 en 22,25% in 2021.

De compensatietermijn voor verliezen uit het verleden gaat van negen naar zes jaar.

Uw BV kan met ingang van 2019 op gebouwen in eigen gebruik alleen nog afschrijven als de boekwaarde hoger is dan de WOZ-waarde. Nu kan nog worden afgeschreven tot 50% van de WOZ-waarde.

Tip: Als u getroffen dreigt te worden door de rekening courantmaatregel, is het goed om tijdig te bepalen hoe u de gevolgen kunt beperken. Daar helpen we u graag bij.

In de inkomstenbelasting krijgen we te maken met wijzigingen in de berekening van de verschuldigde belasting. Deze berekening bevat veel onderlinge afhankelijkheden en de bedragen zijn nog niet definitief. Daarom geven we een samenvatting op hoofdlijnen.

We gaan naar een tweeschijventarief met een basistarief van 37,05% en een toptarief van 49,5% in 2021. Verder zal het belastingvoordeel van veel aftrekposten in stapjes worden beperkt tot het tarief van de laagste schijf. Het gaat om de hypotheekrenteaftrek, alimentatie en giften, maar ook om de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. De algemene heffingskorting wordt echter iets verhoogd, evenals het maximum van de arbeidskorting. In 2021 wordt de maximale arbeidskorting bereikt bij een inkomen van ongeveer € 36.000. Vanaf dit inkomen daalt de korting tot nihil bij een inkomen van iets meer dan € 100.000.

Het eigenwoningforfait gaat met ingang van 2020 in drie stapjes van 0,05%-punt omlaag. Dat geldt niet als uw woning op de balans staat van uw onderneming.

Het forfaitaire rendement 2019 voor uw vermogen in box 3 is vastgesteld. In de vermogensschijf tot en met € 71.650 bedraagt het rendement 1,94%. Van € 71.651 tot en met € 989.736 is dit 4,45%. Boven de € 989.736 bedraagt het 5,60%. Het heffingsvrije vermogen wordt € 30.360.

De energie-investeringsaftrek gaat met ingang van 1 januari 2019 van 54,5 naar 45 procent. Dat is al eerder aangekondigd.

Werkt u als vrijwilliger en ontvangt u van uw vereniging of stichting een vergoeding? Dan is deze onder voorwaarden onbelast. Het maximale onbelaste bedrag gaat van € 1.500 naar € 1.700 per jaar. 

Tip: Wilt u weten wat de voorstellen concreet voor u betekenen? We maken graag een individuele berekening. Het kan verstandig zijn te wachten totdat de bedragen en percentages definitief zijn.

Het gerechtshof vindt de bijtelling onterecht. De Belastingdienst heeft het karakter van de rit naar de zitting pas op 15 december 2015 ter discussie gesteld, terwijl voor het overige geen dubieuze ritten zijn geconstateerd. Dat is te laat. De wettelijke regeling eist controle in de actualiteit. De regeling is erop gericht dat de Belastingdienst de werknemer en de inhoudingsplichtige binnen redelijke termijn bevraagt over een geconstateerde dubieuze rit.  

Daar komt bij dat deze rit naar de zitting, bedoeld om de bestelauto als bewijsmiddel te laten zien, redelijkerwijs niet met een fiscale bijtelling bestraft behoort te worden. De Belastingdienst handelt disproportioneel en niet in overeenstemming met de bedoeling van de bijtellingsregeling. De rechter veroordeelt de Belastingdienst in de kosten van de procedure.

Tip: Deze uitspraak is een mooi voorbeeld van corrigerend optreden door de rechter als de Belastingdienst een wettelijke regeling al te strikt toepast. De rechter laat in de uitspraak duidelijk blijken dat hij het standpunt van de fiscus volstrekt onredelijk vindt.

De bescherming van de werknemer als zwakkere partij in het arbeidsrecht werkt ook hier. Voor vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog moet de werkgever bewijzen dat deze (vrijwel) geheel nutteloos is gebleken. Als er inmiddels op basis van de arbeidsovereenkomst is gewerkt, valt dat niet mee. Volgens de rechter is de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden immers geen argument. Gewerkt is gewerkt. Dus terugvorderen van salaris is in dit geval niet mogelijk.

Let op: Helaas komt het regelmatig voor, CV-fraude. Als u de kandidaat aanneemt en deze gewoon aan het werk gaat, kunt u de arbeidsovereenkomst, als het bedrog uitkomt, niet zomaar met terugwerkende kracht vernietigen en het betaalde salaris terugvorderen.

Het enkel volgen van de aangiften in eerdere jaren brengt op zich niet mee dat belanghebbende geen bewijs met schriftelijke bescheiden meer hoeft te leveren en dat hij de stukken niet meer hoeft te bewaren. Denkbaar is echter dat na ommekomst van een zekere periode het recht van de Belastingdienst vervalt om de schriftelijke bescheiden op te vragen. Voor deze periode sluit het gerechtshof aan bij de termijn die de Belastingdienst heeft voor navordering, vijf jaar.

In 2013 was de navorderingstermijn over 2007 verstreken. De Belastingdienst heeft pas in 2013, derhalve zes jaren na de verhoging van de hypotheek, om de schriftelijke bescheiden gevraagd. Dat is te laat. Daarbij komt dat ook in de jaren daarna, in 2013 tot en met 2015 de aangiften steeds zijn gevolgd.

Tip: Volgens het gerechtshof heeft de Belastingdienst een navorderingstermijn van vijf jaar om van u als particulier bewijsstukken te vragen. Vermoedelijk zal de Belastingdienst deze kwestie nog aan de hoogste rechter voorleggen.

Uit mailverkeer voorafgaand aan de indiensttreding blijkt dat partijen hebben gezocht naar een manier om het gewenste netto inkomen bij zo laag mogelijke bruto kosten te bereiken. De werkgever nam daarbij bewust een risico door een fiscaal bovenmatige reiskostenvergoeding als netto beloning af te spreken. Partijen zijn zich er steeds van bewust geweest dat tegenover de € 160,– per maand geen reële kosten stonden. Daarmee vormt de vergoeding volgens de rechter een loonbestanddeel dat de werkgever ook bij ziekte moet doorbetalen.

Tip: Uw loondoorbetalingsplicht bij ziekte kan netto kostenvergoedingen omvatten als duidelijk was dat tegenover die vergoedingen geen echte kosten zouden staan. In zo’n geval is de vergoeding immers gewoon extra netto loon.

De belastingrechter acht een boete van € 62.500 in beginsel passend en geboden. Uit de feiten blijkt immers dat de verhuur-BV de € 126.000 namelijk bewust niet heeft aangegeven en afgedragen. Het is niet van belang dat de huurder de in rekening gebrachte BTW niet in aftrek heeft gebracht. Omdat de behandeling bij de rechter lang heeft geduurd wordt de boete gematigd met € 2500, tot € 60.000.

Tip: Een BTW-ondernemer dient de verschuldigde BTW tijdig op aangifte te voldoen. U riskeert flinke boetes als u de aan u betaalde BTW bewust te lang op uw bankrekening laat staan.   

De concurrent eist bij de rechter afgerond € 16.000 schadevergoeding van de constructeur omdat hij onrechtmatig zou hebben opgezegd.

Volgens de kantonrechter heeft de constructeur met de brief van 24 april de voor hem geldende opzegtermijn van één maand in acht genomen. Het is niet conform enige wetsbepaling en bovendien onredelijk om, zoals de concurrent doet, aan te nemen dat die termijn pas begint te lopen op de eerste werkdag. Door ruim voor datum indiensttreding op te zeggen heeft de constructeur immers ook de kans geboden om tijdig een andere kandidaat te vinden, hetgeen nu juist de ratio is van de opzegtermijn voor de werknemer.

De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de concurrent in de proceskosten.

Tip: Werkgevers gaan vanwege de overspannen arbeidsmarkt agressiever werven. Als dat, zoals hier, niet tot succes leidt, kan de frustratie daarover niet in de vorm van een rekening bij een kandidaat worden neergelegd.

Nu sprake is van een jarenlang negatief resultaat moet volgens de rechtbank de firmant aannemelijk maken dat uit het eetcafé objectief gezien wel voordeel is te verwachten. Dat is een vereiste voor fiscaal ondernemerschap.

De firmant voert aan dat na een verbouwing een lekkage ervoor heeft gezorgd dat de keuken niet kon worden gerealiseerd. In het bargedeelte bleven alleen de oude klanten komen. De zaak is toen regelmatig dicht geweest om toch de keuken te installeren. Het lukte niet om een terrasvergunning te krijgen. Bovendien werden voor de ingang veel fietsen neergezet. Een lekkage bij de bovenbuurman legde de keuken ook weer langdurig stil. Oude klanten bleven steeds meer weg en nieuwe kwamen er niet. Kortom, een pechscenario.

De rechtbank heeft begrip voor alle goede bedoelingen en tegenslagen maar oordeelt dat hiermee geen objectieve voordeelsverwachting wordt onderbouwd, integendeel. Er was en is dus geen fiscale onderneming. Het gelijk is aan de Belastingdienst.

Tip: Hard werken, teleurstellingen en tegenslag horen bij ondernemerschap. Het zijn echter geen argumenten om fiscaal ondernemerschap aannemelijk te maken.

Naar het oordeel van de kantonrechter overtreedt een werknemer die tegen een andere werknemer vertelt dat hij in het kader van een afspraak met zijn werkgever nog enige tijd werkzaam zal zijn bij die werkgever het geheimhoudingsbeding in zijn vaststellingsovereenkomst niet.

Dat zou anders zijn als de vertrekkende werknemer daarmee een bedrijfsgeheim prijsgeeft of voor de onderneming essentieel gevoelige informatie deelt met derden die de belangen van de onderneming kunnen bedreigen. Dit zal niet snel het geval zijn met thema’s als de doorbetaling van loon tot het einde van het dienstverband en de uitbetaling van verlofdagen. De werkgever heeft bovendien op geen enkele wijze het belang, anders dan de handhaving van het geheimhoudingsbeding, gelegitimeerd of verduidelijkt bij een zo verstrekkende geheimhoudingsbepaling.

De ex-werkgever wordt veroordeeld tot het als nog uitbetalen van de ingehouden boete van € 1.000 en moet de proceskosten van de ex-werknemer vergoeden.

Tip: Een geheimhoudingsclausule met boetebeding kan standaard zijn, als ex-werkgever kunt u zich er niet zomaar op beroepen.