In hoger beroep oordeelt het gerechtshof over de vraag of dit ontslag terecht was.

De werkgever wilde in het gesprek mogelijkheden tot re-integratie op termijn inventariseren. Dat kwam bij de monteur niet zo over. Hij was bang dat snelle re-integratie schade aan zijn gezondheid zou veroorzaken. De werkgever had escalatie van het gesprek kunnen en moeten voorkomen.

Verder spelen mee de leeftijd en het opleidingsniveau van de monteur, alsmede de duur van zijn dienstverband. Ook heeft hij altijd goed gefunctioneerd en is hij van onbesproken gedrag.

Het gerechtshof acht het ontslag op staande voet daarom onterecht. De werkgever had een schriftelijke waarschuwing kunnen geven dat bij herhaling van dergelijk gedrag zou worden gestreefd naar een einde van de arbeidsovereenkomst.

De ontbinding van de arbeidsovereenkomst blijft, gezien de ontstane verhoudingen, in stand. Het gerechtshof kent de wettelijk transitievergoeding toe van in dit geval € 50.635. Daarnaast moet de werkgever een billijke vergoeding betalen van € 175.000. Dat is ruim zesenzestig maal het bruto maandsalaris van de monteur.

Tip: Ontslag op staande voet kan u als werkgever duur komen te staan. U hoeft agressief gedrag niet te accepteren, maar ontslag op staande voet is het zwaarste middel en vraagt altijd een afweging van belangen.

U kunt belasting besparen door de zorgpremie voor het jaar 2020 deze maand nog te betalen.

Hebt u schulden die geen betrekking hebben op uw woning? Dan hebt u te maken met een drempel waardoor u niet de gehele schuld in aftrek kunt brengen. Wellicht hebt u geld beschikbaar en kunt u deze schulden aflossen.

U mag aan kinderen, kleinkinderen en derden elk kalenderjaar een bepaald vrijgesteld bedrag schenken. Bent u dit van plan en hebt u het maximum nog niet bereikt, doe het dan nog in december. Ook schenkingen aan goede doelen en belaste schenkingen kunt u beter nog in december doen. Ze verlagen immers uw vermogen per 1 januari.

Wellicht is een extra aflossing op uw hypotheek interessant. Ook kunt u denken aan extra stortingen om voor uw oude dag te sparen.

Het kan interessant zijn om nog gebruik te maken van de vrijstelling voor beleggingen in groenfondsen.

Tip: Veel mensen laten hun bezittingen en schulden zomaar de jaarovergang naar 2020 maken. Met wat aandacht en eventuele actie in december kunt u wellicht inkomstenbelasting over uw vermogen besparen. We zijn u hierbij graag van dienst.

De lage WW-premie geldt voor:

  • Medewerkers met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren.
  • Medewerkers jonger dan 21 jaar die per maand/4-weken niet meer werken dan gemiddeld twaalf uur per week.
  • Contracten op basis van de Beroepsbegeleidende leerweg (BBL).

Voor alle andere medewerkers geldt de hoge WW-premie.

In bepaalde situaties wordt de lage premie achteraf herzien, ook al was er sprake van een vast contract:

  • De dienstbetrekking eindigt uiterlijk twee maanden na aanvang.
  • Bij contracten met een arbeidsduur van minder dan 35 uur per week: de verloonde uren liggen in een kalenderjaar meer dan 30% hoger dan in het contract staat.

De voorlopige premiepercentages zijn vastgesteld op 2,94% en 7,94%.

Tip: Hebt u medewerkers met een vast contract, check dan voor 1 januari 2020 of u ook beschikt over een getekende arbeidsovereenkomst. Als dat niet het geval is, bent u voor de betreffende werknemer de hoge WW-premie verschuldigd.

De datum is inmiddels uitgesteld naar 1 april 2020. Vanaf 1 januari 2020 betalen werkgevers de lage WW-premie, mits er uiterlijk op 1 april 2020 een schriftelijke vastlegging in de loonadministratie is opgenomen. Voorwaarde is dat de werknemers reeds op 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst waren.

De komende jaren dalen de tarieven van de vennootschapsbelasting. De gecombineerde belastingdruk – nu 19% vennootschapsbelasting over winst tot €  200.000 en 25% over de winst na vennootschapsbelasting – daalt. Uit berekeningen blijkt dat afrekenen in 2019 voordelig is, als u hoe dan ook in 2020 of 2021 dividend uit uw BV nodig hebt.

Hebt u voor het vermogen in privé geen concrete bestemming, dan kunt u het meestal beter in de BV laten. Dit kan anders zijn als u op uw privévermogen een hoog rendement maakt. 

Tip: We adviseren u graag bij deze keuze. Uitkering van dividend is niet altijd mogelijk. U dient rekening te houden met de continuïteit van de B.V. Daarvoor dient u een balanstest en uitkeringstoets uit te voeren. Ook daarbij zijn we u graag van dienst.

De Belastingdienst stelt dat slechts het kantoor (13% van de benedenverdieping) ) aan de BV is verhuurd. Als blijkt dat toch de gehele benedenverdieping is verhuurd, dan vallen de overige ruimtes niet onder de belaste verhuur omdat die ruimtes niet als zelfstandige werkruimtes kunnen worden aangemerkt. Daarvoor geldt een wettelijke aftrekbeperking. De rechter stelt eerst vast dat inderdaad de hele benedenverdieping is verhuurd aan de BV.

Dan stelt de rechter vast dat de wettelijke beperking van aftrek van werkruimte aan huis bedoeld is voor werkruimte die door de eigenaar van de BV zelf voor diens werkzaamheden wordt gebruikt. Daarvan is hier echter geen sprake. De benedenverdieping is verhuurd aan de BV voor gebruik door de werknemer en zakelijke relaties. De rechter stelt dus de manager volledig in het gelijk. 

Tip: Belaste verhuur van een deel van een eigen pand aan uw BV leidt tot belastbare inkomsten. U kunt dan ook aftrekposten zoals financieringsrente, afschrijvingen en eventueel boekverlies claimen. Gaat het om werkruimte in uw eigen woning, dan gelden bijzondere regels. We geven u graag advies over uw situatie.

Als werkgever kunt u kiezen uit:

  • Geen verzekering
  • Verzekering voor loondoorbetaling zonder ondersteuning
  • Verzekering voor loondoorbetaling met ondersteuning
  • MKB verzuim-ontzorgverzekering

Geen verzekering
Bij ziekte van een werknemer bent u zelf verantwoordelijk voor de vereiste acties en administratieve plichten gedurende het verzuimtraject. Dat vraagt expertise. U hebt de re-integratie in eigen hand en bepaalt wat u zelf doet en wat u aan ondersteuning inkoopt. De kosten van loondoorbetaling en de re-integratie betaalt u zelf. Maar zolang niemand ziek is, hebt u geen extra kosten.

Verzekering voor loondoorbetaling zonder ondersteuning
U betaalt een vaste premie, ook als er niemand ziek is. Bij ziekte van een werknemer bent u zelf verantwoordelijk voor de vereiste acties en administratieve plichten gedurende het verzuimtraject. Dat vraagt expertise. U draagt zelf de kosten voor re-integratie, maar niet de kosten van loondoorbetaling. U hebt de re-integratie in eigen hand en bepaalt wat u zelf uitvoert en wat u aan ondersteuning inkoopt.   

Verzekering voor loondoorbetaling met ondersteuning
U betaalt een vaste premie, ook als er niemand ziek is. Bij ziekte van een werknemer bent u zelf verantwoordelijk voor de vereiste acties en administratieve plichten gedurende het verzuimtraject. U draagt, afhankelijk van wat u aan ondersteuning verzekert, zelf nog kosten voor re-integratie. Bij ziekte van een werknemer hebt u geen kosten voor loondoorbetaling. U krijgt ondersteuning bij de re-integratie en krijgt advies over de regels en administratieve verplichtingen.

MKB verzuim-ontzorgverzekering
U betaalt een vaste premie, ook als er niemand ziek is. Bij ziekte van een werknemer hebt u geen kosten voor loondoorbetaling en re-integratie. U krijgt volledige ondersteuning bij re-integratie. Kennis van de regels is dus niet vereist. Ook bent u niet zelf verantwoordelijk voor de administratieve plichten.

Tip: Download de keuzekaart met het overzicht. De MKB verzuim-ontzorgverzekering is nieuw in 2020.

Er is sprake van een intracommunautaire levering als u aan twee voorwaarden voldoet:

  • De goederen worden vervoerd naar een ander EU-land. Dit moet u kunnen aantonen aan de hand van uw administratie. Bijvoorbeeld met bestelformulieren, orderbevestigingen en transportpapieren.
  • Uw afnemer kan een BTW-identificatienummer uit een ander EU-land overleggen.

De intracommunautaire levering moet u aangeven op uw BTW-aangifte. Ook vult u een Opgaaf intracommunautaire prestaties in.

Wat verandert er per 1 januari 2020?
U moet het correcte BTW-identificatienummer van uw afnemer hebben en gebruiken in uw listing (opgaaf intracommunautaire prestaties).

Er geldt een bewijsvermoeden van vervoer naar de andere lidstaat. Dat is van toepassing als de leverancier minimaal twee onafhankelijke bewijsstukken in zijn dossier heeft die niet tegenstrijdig zijn. Van deze bewijsstukken moet minimaal een document een vervoersdocument zijn. Denk aan een getekende CMR-brief, transportfactuur, bankafschrift voor de betaling van het transport of een polis van de transportverzekering. Regelt de afnemer het vervoer, dan moet de leverancier een schriftelijke ontvangstverklaring van de afnemer in zijn bezit hebben. Een zogenaamde afhaalverklaring is niet meer voldoende.

Tip: Zorg dat u beschikt over een correct BTW-identificatienummer van uw afnemer.

Werkgevers vinden het vaak onrechtvaardig dat zij een transitievergoeding moeten betalen na een opzegging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Zij hebben immers voorafgaand aan die opzegging gedurende twee jaar het loon doorbetaald en kosten gemaakt gericht op de re-integratie van de werknemer.

Per 1 april 2020 kan de werkgever echter in deze situatie van het UWV compensatie krijgen voor arbeidsovereenkomsten die op of na 1 juli 2015 zijn geëindigd. De compensatie komt ten laste van het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf).

Oordeel hoogste rechter
Als is voldaan aan de vereisten voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, moet een werkgever in principe instemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding. Daarbij geldt dat die vergoeding niet meer behoeft te bedragen dan hetgeen aan transitievergoeding verschuldigd zou zijn bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst op de dag na die waarop de werkgever wegens arbeidsongeschiktheid van de werknemer de arbeidsovereenkomst zou kunnen (doen) beëindigen.

Dit geldt niet als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst, hetgeen de werkgever dan moet bewijzen. Zo’n belang kan bijvoorbeeld gelegen zijn in reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, maar niet in de omstandigheid dat de werknemer op het moment dat hij zijn beëindigingsvoorstel doet, de pensioengerechtigde leeftijd bijna heeft bereikt.

Tip: De Wet compensatie transitievergoeding treedt in werking op 1 april 2020. Een aanspraak op compensatie is mogelijk voor arbeidsovereenkomsten die op of na 1 juli 2015 zijn geëindigd. Als werkgever moet u de vergoeding voor de werknemer voorfinancieren totdat de Wet compensatie transitievergoeding in werking is getreden. Als u aannemelijk maakt dat die voorfinanciering leidt tot ernstige financiële problemen, kan de rechter beslissen dat betaling aan de werknemer in termijnen plaatsvindt of wordt opgeschort tot na 1 april 2020. Vanaf 1 april 2020 is voor de aanvraag van compensatie vereist dat de volledige vergoeding aan de werknemer is voldaan.

Het minimumtarief van 16 euro per uur moet voorkomen dat mensen voor een tarief werken waar ze niet van kunnen leven of waarmee ze onvoldoende verdienen om zich te verzekeren of om te sparen voor slechtere tijden. Zowel de zzp‘ers met zakelijke klanten als met particuliere klanten moeten straks minimaal dit bedrag per uur gaan verdienen. Jaarlijks op 1 januari wordt het minimumtarief geïndexeerd.

Het minimumtarief gaat gelden voor alle uren die een zzp’er aan een opdracht besteedt. Er is rekening mee gehouden dat zzp’ers gemiddeld een derde van hun tijd moeten besteden aan overige werkzaamheden, zoals acquisitie en administratie.

Het tarief is exclusief directe kosten die een zzp’er voor een klus maakt: kosten voor materiaal komen dus bovenop de 16 euro per uur.

Aan de opdracht toe te rekenen kosten en uren

  • kosten en tijd voor de voorbereiding en de feitelijke uitvoering van de opdracht
  • kosten en tijd voor vervoer in het kader van de opdracht, met uitzondering van de kosten voor vervoer van en naar de vaste woon- of verblijfplaats en voor vervoer tussen bestemmingen van verschillende opdrachten.

Niet aan de opdracht toe te rekenen kosten en uren

  • kosten en tijd voor acquisitie- en representatie
  • kosten en tijd voor administratie
  • kosten en tijd voor scholing, studie en vakliteratuur
  • verzekeringspremies, tenzij de verzekering enkel is afgesloten voor de opdracht
  • kosten voor communicatie en communicatiemiddelen
  • kosten en tijd voor het opstellen en ondertekenen van de zelfstandigenverklaring
  • kosten en tijd voor bedrijfsmiddelen die voor meerdere opdrachten worden of zullen worden gebruikt
  • kosten en tijd voor de ontwikkeling van een dienst indien deze dienst voor meerdere opdrachtgevers wordt of zal worden verricht.

Let op: De berekeningswijze van de voorgestelde minimumbeloning is dus verre van eenvoudig. In de loop van 2020 zullen er ongetwijfeld nog vele wijzigingen en details volgen. We houden u op de hoogte.

Wat is een zelfstandigenverklaring?
Een verklaring van een werkverstrekker en een werkende dat zij willen dat de rechtsgevolgen van een geldige zelfstandigenverklaring ten aanzien van de loonbelasting, de inkomstenbelasting, de premie voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, de werknemersverzekeringen en het arbeidsrecht op hun arbeidsrelatie van toepassing zijn.

Wat is nodig voor een geldige zelfstandigenverklaring?

  • de zelfstandigenverklaring maakt deel uit van een schriftelijke overeenkomst waarin de werkverstrekker en de werkende overeenkomen dat de werkende werkzaamheden gaat verrichten
  • in de zelfstandigenverklaring is het KvK-nummer van de werkende opgenomen
  • de overeenkomst en de zelfstandigenverklaring zijn vóór aanvang van de werkzaamheden door beide partijen ondertekend en gedagtekend
  • in de overeenkomst is opgenomen dat het de bedoeling is van beide partijen dat de overeenkomst niet voldoet aan de omschrijving van een arbeidsovereenkomst
  • de werkzaamheden worden blijkens de overeenkomst aangegaan voor een duur van ten hoogste een jaar
  • de werkende uiterlijk 30 dagen na de dag waarop de werkende het urenoverzicht aan de werkverstrekker heeft verstrekt, voor de werkzaamheden een arbeidsbeloning ontvangt van ten minste € 75 per uur

Let op: In het voorstel zijn ook nog administratieve regels, formaliteiten en voorwaarden opgenomen. Voor de berekening van het werkelijke uurtarief wordt aangesloten bij de Wet minimumbeloning zelfstandigen. De hoofdlijn ligt er nu. In de loop van 2020 zullen er ongetwijfeld nog vele wijzigingen en details volgen. We houden u op de hoogte.