Huidige regeling
De werkgever betaalt de transitievergoeding bij ontslag, behalve als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd dan twee jaar of als de medewerker zelf vertrekt. De vergoeding wordt bepaald aan de hand van de volledig gewerkte halve jaren. De eerste 10 jaar tellen elk mee voor een derde van een bruto maandsalaris, elk volgend jaar telt voor de helft van een bruto maandsalaris.

Nieuwe regeling
Straks heeft in principe iedere medewerker bij ontslag recht op een transitievergoeding, ook oproepkrachten of werknemers die in de proeftijd worden opgezegd. De tweejaarstermijn vervalt immers. Ook de berekeningswijze verandert. De vergoeding wordt berekend op basis van de dagen die de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. Daarbij tellen alle jaren voor een derde bruto maandsalaris. De opslag voor dienstjaren boven tien 10 jaar vervalt.

Voorbeeld 1
Pieter werkt 7 jaar en 4 maanden bij zijn werkgever als hij wordt ontslagen. Hij verdient bruto € 3.600 per maand. Nu ontvangt hij  € 8.400. Hij werkt immers zeven volledige jaren en ontvangt per jaar een derde van zijn bruto maandsalaris. Straks ontvangt hij € 400 meer omdat ook de laatste vier maanden meetellen.

Voorbeeld 2
Francien werkt 12 jaar bij haar werkgever als ze wordt ontslagen. Ze verdient bruto € 3.000 per maand. Nu ontvangt ze € 13.000. Ze werkt immers 12 volledige jaren en ontvangt dus 10 maal een derde en 2 maal een half maandsalaris. Straks ontvangt ze slechts € 12.000, 12 maal een derde maandsalaris.

Tip: Aan de hand van de rekenvoorbeelden kunt u snel de transitievergoeding bij ontslag na 1 januari 2020 berekenen. Een ontslag heeft uiteraard meer financiële gevolgen. Desgewenst brengen we die graag voor u in kaart.

De rechter stelt de Belastingdienst in het gelijk. Waarom? De onderneming van de VOF wordt feitelijk gedreven door een andere vennoot. Alleen deze vennoot is volgens het VOF-contract bevoegd om voor de VOF te handelen en samenwerkingsverbanden met derden aan te gaan. Hij is degene die met de opdrachtgevers vervoersovereenkomsten met prijsafspraken sluit. Het postbedrijf schrijft uitsluitend aan deze vennoot voor hoe de post bezorgd moet worden en bovendien dat hij de andere vennoten moet controleren. De conclusie luidt dat de postbezorger in dienst is van de andere vennoot en dat hij loon geniet in plaats van winst uit onderneming.

Tip: In de rechtspraak zien we ook VOF-constructies waarbij wel degelijk sprake is van ondernemerschap en zelfstandigheid. Het gaat om details in de juridische en feitelijke invulling.

Ontslag wordt soms eenvoudiger
Aan de gronden voor ontslag wordt de zogenaamde cumulatiegrond toegevoegd. Deze is bedoeld voor een samenloop van redenen voor ontslag die op zichzelf als grond onvoldoende zouden zijn of onvoldoende onderbouwd zijn in het ontslagdossier. Straks kan zo’n combinatie van factoren tot de conclusie leiden dat de werkgever het dienstverband mag verbreken.

Ontslag wordt dan wel duurder
De rechter kan bij een beroep op de cumulatiegrond de werknemer naast de transitievergoeding een extra vergoeding toekennen van maximaal 50% van de transitievergoeding.

Oproepkrachten beter beschermd
De werkgever moet elke oproepkracht na twaalf maanden een aanbod doen om een vast aantal uren te komen werken. Dat vaste aantal uren wordt bepaald door het gemiddelde aantal uren dat de oproepkracht in die twaalf maanden heeft gewerkt. Als de werkgever dit aanbod niet doet, kan de oproepkracht het loon claimen dat hoort bij het vaste aantal uren dat de werkgever had moeten aanbieden. Ook moeten oproepkrachten straks minimaal vier dagen van tevoren schriftelijk worden opgeroepen.

Payrollwerknemers beter af
Voor payrollwerknemers gelden ingaande 2020 de gewone ontslagregels en dezelfde arbeidsvoorwaarden als die van werknemers die rechtstreeks in dienst zijn van de inlenende werkgever.

Tip: Werkt u met tijdelijke contracten en/of met oproepkrachten. Maak dan tijdig een inventarisatie. De nieuwe ketenregeling voor tijdelijke contracten gaat namelijk gelden voor alle tijdelijke contracten die eindigen op of na 1 januari 2020. Als een oproepkracht op 1 januari 2020 al twaalf maanden of langer voor u werkzaam is, moet u voor 1 februari 2020 een aanbod doen voor een vast aantal uren.

Overbrengen van ondernemingsvermogen naar privé gaat niet zomaar. De ondernemer moet aannemelijk maken dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid, in dit geval een zodanige wijziging in gebruik, dat de auto niet langer tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend maar moet worden overgebracht naar het privévermogen. Daarin slaagt de ondernemer niet. Er is geen rittenadministratie of ander hard bewijs van een wijziging in het feitelijke gebruik van de auto. De auto kan volgens de rechter ook na december nog zakelijk zijn gebruikt.

De rechter komt tot de conclusie dat de auto tot het moment van inruil tot het ondernemingsvermogen is blijven behoren. De Belastingdienst heeft het boekverlies terecht gecorrigeerd. Bovendien moet de bijtelling privégebruik auto worden toegepast.

Tip: Gebruikt u als ondernemer nieuw aangeschafte zaken zowel zakelijk als privé, dan is sprake van keuzevermogen. Staat uw keuze eenmaal vast, dan kunt u deze alleen herzien wegens bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld een ingrijpende functiewijziging. Het is dan aan u om die wijziging aannemelijk te maken.

De rechter vindt dat het gedrag van de medewerkster inderdaad een dringende reden oplevert om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen.

In het huishoudelijk reglement is bepaald dat de kaart strikt persoonlijk is en uitsluitend dient te worden gebruikt tijdens een aankoop van de pashouder. Bovendien gebruikt de bouwmarkt de gegevens die uit het scannen van de klantenpassen worden verkregen voor commerciële doeleinden. Deze gegevens worden onbetrouwbaar door de handelwijze van de medewerkster.

Haar stelling dat ze het deed om het beoogde percentage gescande klantenpassen te halen, kan ze niet hard maken. Bovendien verklaart die stelling niet waarom ze vervolgens de op deze wijze verkregen voordeelcoupons heeft gebruikt.

Doordat de werkneemster bewust voordeelcoupons heeft gebruikt die niet aan haar toekwamen heeft zij haar werkgever benadeeld, hetgeen als fraude valt te bestempelen. De werkgever voert, zoals expliciet blijkt uit het huishoudelijk reglement, ter zake van fraude een zero-tolerance beleid: ‘Bij diefstal en/of fraude door de werknemer volgt onherroepelijk ontslag op staande voet’. De rechter stelt vast dat de werkneemster op de hoogte was van dit beleid.

De rechter gaat niet mee in de stelling van de medewerkster dat de bouwmarkt na haar mededeling dat zij zwanger was, heeft gezocht naar een reden om haar te ontslaan. Vast staat dat ze heeft gefraudeerd, ook al was het voor een klein bedrag. De medewerkster is zwanger en heeft nu wellicht inderdaad minder kansen op de arbeidsmarkt, maar dat belang weegt niet op tegen het belang van de bouwmarkt om iedere vorm van fraude tegen te gaan door middel van het zero-tolerance beleid.

Tip: Ook fraude voor een klein bedrag kan een dringende reden voor ontslag opleveren, mits er een gerechtvaardigd en duidelijk zero-tolerance beleid is.

De vraag is nu of het verlies op de lening een aftrekbaar ondernemingsverlies is. Daaraan vooraf gaat de vraag of de verstrekte lening tot het ondernemingsvermogen behoort. Beslissend is of de ondernemer de lening heeft verstrekt binnen het kader van de normale bedrijfsuitoefening.

Volgens de rechter is dat niet het geval. De activiteiten van de BV houden geen verband met de eigen ondernemingsactiviteiten. De BV ontwikkelt immers entertainment games, terwijl de ondernemer zich bezighoudt met educatieve games. De beoogde samenwerking bestaat uitsluitend uit het lenen van geld.

Dit betekent dat de ondernemer de lening fiscaal gezien als privébelegging heeft verstrekt. Daarbij is niet relevant dat de geleende gelden vanaf de zakelijke bankrekening zijn overgeboekt. Het verlies op de lening is niet aftrekbaar.

Tip: Leent u, als inkomstenbelasting-ondernemer, geld uit aan een zakenrelatie, bijvoorbeeld met het oog op een mogelijke samenwerking, dan vormt die lening geen ondernemingsvermogen. Het is in principe een bedrijfsvreemde activiteit die vanuit privé plaatsvindt. Goed advies over de juridische vormgeving van de eventuele samenwerking kan u fiscaal voordeel opleveren.

Het Europese Hof wijst om te beginnen op het fundamentele recht van iedere werknemer op een beperking van de maximumarbeidsduur en op dagelijkse en wekelijkse rusttijden.

De EU-lidstaten moeten ervoor zorgen dat werknemers daadwerkelijk gebruik kunnen maken van deze rechten. De werknemer is de zwakkere partij binnen de arbeidsverhouding, zodat moet worden voorkomen dat de werkgever de rechten van de werknemer beperkt of uitholt.

Zonder een verplicht systeem waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd, kan niet objectief en betrouwbaar worden vastgesteld hoeveel uren de werknemer heeft gewerkt, op welke tijdstippen en hoeveel overuren zijn gemaakt. Het is dan voor werknemers buitengewoon moeilijk en in de praktijk haast onmogelijk om hun rechten af te dwingen.

Zonder de objectieve en betrouwbare vaststelling van het per dag en per week gewerkte aantal uren kan namelijk niet worden nagegaan of de maximale wekelijkse arbeidstijd, die inclusief overwerk is, en de dagelijkse en de wekelijkse minimumrusttijd in acht zijn genomen.

Een systeem waarmee de arbeidstijd wordt geregistreerd, is een uiterst geschikt middel voor werknemers om snel objectieve en betrouwbare gegevens te verkrijgen over het precieze aantal gewerkte uren. Het vergemakkelijkt dus zowel de bewijsvoering door werknemers in het geval van een schending van hun rechten als het toezicht door bestuurlijke en rechterlijke instanties op de daadwerkelijke toepassing van die rechten.

Let op: Om de doeltreffendheid te waarborgen van de in de arbeidstijdenrichtlijn en het Europese Handvest opgenomen rechten, moeten de EU-lidstaten aan werkgevers de verplichting opleggen om een objectief, betrouwbaar en toegankelijk systeem in te voeren waarmee de dagelijkse arbeidstijd van iedere werknemer wordt geregistreerd. De EU-lidstaten moeten hier concrete regelgeving voor uitwerken en hierbij rekening houden met het specifieke karakter van alle betrokken branches en met de specifieke kenmerken van bepaalde ondernemingen, zoals hun omvang.

In deze uitspraak wordt slechts aftrek van € 509 toegestaan. Zo wenst de particulier niet behandeld te worden. Hij gaat naar de rechter en beroept zich op opgewekt vertrouwen.

Volgens de rechter heeft de particulier het telefoongesprek met oog voor detail schriftelijk bevestigd. Vast staat dat de Inspecteur deze brief heeft ontvangen, maar niet heeft gereageerd. De brief kan  volgens de rechter redelijkerwijs, gegeven het besproken onderwerp en het genoemde verhoudingsgewijs omvangrijke aftrekbedrag, niet aan de aandacht van de Inspecteur zijn ontsnapt.

Op de zitting heeft de Inspecteur deze gang van zaken niet toegelicht, noch enige uitleg gegeven over de herkomst, totstandkoming, samenstelling of betekenis van het door de particulier uitdrukkelijk schriftelijk onder de aandacht gebrachte bedrag. De Inspecteur heeft slechts verklaard dat geen toezegging is gedaan en dat het beter zou zijn geweest de brief wel te beantwoorden.

Volgens de rechter moet er daarom van worden uitgegaan dat de Inspecteur in het telefoongesprek het bedrag van bijna € 2.300 wel degelijk als het aftrekbare bedrag aan specifieke zorgkosten heeft aanvaard.

Het is daarbij niet eens van belang of daadwerkelijk sprake is geweest van een toezegging door de Belastingdienst, maar veeleer hoe belanghebbende de uitlatingen in het telefoongesprek heeft ervaren en wat hij begrijpt of mocht begrijpen. Daarom vindt de rechter dat bij de particulier gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de specifieke ziektekosten voor € 2.288 in aftrek mogen komen.

Tip: Als u meent over een kwestie een afspraak met de Belastingdienst te hebben gemaakt, bevestig dat dan schriftelijk. Reageert de Belastingdienst niet of niet correct, dan kunt u, mits te goeder trouw, mogelijk een beroep doen op opgewekt vertrouwen.

Volgens de rechter hebben partijen uitdrukkelijk geen arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht gesloten. De TV-kok geeft actief invulling aan de invulling van de programma’s en formats. Er is wel een script van RTL, maar dat is een levend document. Er volgt geen werkgeversgezag uit. Indien nodig wordt een programma, vaak op advies van de kok, omgegooid. Het is reality-TV en dan staat nooit iets tevoren helemaal vast. Tijdens de opnames wordt nog veel geïmproviseerd. Partijen werken daarom volgens de rechter samen op basis van gelijkwaardigheid. Daarbij is van belang dat de TV-kok nog andere werkzaamheden verricht waarmee hij via zijn BV aanzienlijke bedragen verdient. De Belastingdienst wordt dus volledig in het ongelijk gesteld.

Tip: Bij veel uitvoerende werkzaamheden buiten de TV-wereld is ook sprake van een ‘script’, waarbij de professional als deskundige toch de uiteindelijke gang van zaken bepaalt. Daarvoor wordt hij immers als deskundige ingehuurd. Zoals ook hier blijkt, heeft de Belastingdienst het dan erg moeilijk om een arbeidsovereenkomst te bewijzen.

Giften, die bestaan uit het afzien door een vrijwilliger van een vergoeding van een ANBI, zijn aftrekbaar indien:

  1. De instelling een verklaring heeft afgegeven dat u zich heeft ingezet als vrijwilliger als bedoeld in de regeling;
  2. U aanspraak kunt maken op de in de verklaring genoemde vergoeding;
  3. De instelling bereid en in staat is die vergoeding uit te keren, en
  4. U de vrijheid heeft over de vergoeding te beschikken.

Volgens de Belastingdienst gaat het hier mis op punt 1. De bedragen waar het echtpaar volgens afspraken met de kerk recht op had, waren te hoog voor een vrijwilligersvergoeding. Daarvoor gold een wettelijk maximum van € 150 per maand en € 1.500 per kalenderjaar (2019: € 170 per maand en € 1.700 per jaar). En dus heeft het echtpaar zich wel ingezet, maar niet als vrijwilliger als bedoeld in de regeling. Dat het echtpaar slechts de maximaal toegestane vrijwilligersvergoeding in aanmerking nam bij de giftenaftrek is hierbij niet relevant.

Overigens heeft het echtpaar ondanks verzoeken van de inspecteur daartoe, niet met enig bewijs aannemelijk gemaakt dat de kerk daadwerkelijk in staat zou zijn de vergoedingen te betalen. Dus ook op punt 3 gaat het niet goed.

Volgens de rechter heeft de Belastingdienst de giftenaftrek terecht geweigerd.

Tip: In 2019 is de maximale vrijwilligersvergoeding € 170 per maand en € 1.700 per jaar. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor uw inzet.