Volgens de werknemer heeft hij een duurdere auto vanwege zijn hoge functie – international salesmanager – en is dit uitsluitend ingegeven door de dienstbetrekking. De Belastingdienst redeneert anders: als de werkgever die dure auto zo belangrijk vindt, waarom dan die bijbetaling? De duurdere auto is daarom een subjectieve keuze van de werknemer en kan niet tot een aftrekpost leiden.

Van negatief loon is volgens de rechter alleen sprake als de werknemer zich jegens de werkgever niet kon onttrekken aan het aanvaarden van de duurdere auto. En dat kon de werknemer niet bewijzen.

Tip: Als uw werkgever echt vindt dat u zakelijk in een wat duurdere auto moet rijden, is het fiscaal handiger als hij dat ook zelf betaalt.

Volgens de rechtbank kan een ondernemer prima aan de fiscale eisen van duurzaamheid en zelfstandigheid voldoen zonder gelijktijdig voor meerdere klanten te werken. De ondernemer had slechts twee opdrachtgevers in twee jaar tijd, maar zijn wil was gericht op het werven van meer klanten. Na de ziekte van zijn echtgenote werkte hij ook daadwerkelijk voor vier opdrachtgevers. En als een ondernemer zijn debiteurenrisico beperkt door financieel gezonde opdrachtgevers te kiezen, is dat een teken van goed ondernemerschap, niet van te weinig fiscaal ondernemersrisico. De organisatieadviseur blijft dus in 2013 en 2014 fiscaal ondernemer.

Tip: Als een controle leidt tot twijfel over uw fiscaal ondernemerschap, schrapt de Belastingdienst de bijbehorende aftrekposten direct. Niet de Belastingdienst, maar de rechter heeft het laatste woord. Overweeg daarom, bij voldoende belang, een stap naar de rechter.

De Hoge Raad oordeelt dat het gebruik van snelwegcamera’s een systematische inbreuk vormt op het recht op privacy. Deze inmenging in het privéleven moet berusten op een naar behoren bekend gemaakt wettelijk voorschrift waaruit de burger met voldoende precisie kan opmaken welke op zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd, en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt. Er is niet één wettelijke bepaling die de inspecteur een voldoende precieze grondslag verschaft voor de gevolgde handelwijze. Daarom mag de Belastingdienst de foto’s niet gebruiken om daarop naheffingsaanslagen te baseren.

Let op: De zaak is voor deze werknemer niet afgelopen. Een andere rechter gaat opnieuw de rittenadministratie beoordelen, ditmaal zonder de foto’s van de snelwegcamera’s die de Belastingdienst immers niet meer mag gebruiken voor de bewijsvoering.

De rechter stelt vast dat de piloot slechts één opdrachtgever, voor wie hij alle werkzaamheden uitvoert bij één vliegtuigmaatschappij. De piloot is opgeleid om met één bepaald type vliegtuig te vliegen, het enige type waarmee deze maatschappij vliegt. De overeenkomst noemt alleen maar verplichtingen waaraan de piloot zich moet houden. Volgens de rechter loopt de piloot ook geen ondernemersrisico. Hij heeft zich niet in de markt kenbaar gemaakt als een zelfstandig werkende piloot, en hij staat ook niet ingeschreven bij de KvK. De conclusie is helder: de gezagvoerder werkt in een gezagsverhouding en dus in dienstbetrekking.

Tip: Fiscaal ondernemerschap levert zoals bekend meer en makkelijker aftrekposten op. Toetsing van ondernemerschap gaat om werkelijk voldoen aan de geldende criteria. Een papieren werkelijkheid doorstaat de fiscale toetsing veelal niet.

Hoe zit het met bijvoorbeeld zwangerschaps-,  bevallings- en kraamverlof? Kan de werkgever het verlof weigeren? Gelden er voorwaarden?

Tip: Op www.verlofregelaar.nl vindt u antwoorden op deze en andere vragen. De website is opgezet door het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid als eerste hulp bij een verlofaanvraag.

De Hoge Raad oordeelt dat de verhuur met BTW moet plaatsvinden, aangezien de garageboxen naar hun aard zijn bestemd om te worden gebruikt als parkeerruimte voor een voertuig. De garageboxen beschikken niet over voorzieningen die ze in het bijzonder geschikt maken voor andere doeleinden dan het parkeren van een voertuig.

Tip: Als een ondernemersactiviteit BTW-plichtig blijkt te zijn, dan is ook de BTW aftrekbaar die aan de ondernemer in rekening is gebracht.

Zelfstandige professionals bieden vooral eigen arbeid, kennis en vaardigheden aan tegen een vooraf afgesproken vergoeding. Het gaat om ruim 77% van alle zzp’ers. Naast deze zelfstandige professionals zijn er zzp’ers die hoofdzakelijk producten verkopen (‘zzp’ers producten’). Deze ‘zzp’ers producten’ zijn niet meegenomen in het onderzoek.

Tip: Lees meer in het rapport Zzp’ers en hun opdrachten.

De directeur stapt naar de rechter en claimt de wettelijke transitievergoeding, groot € 27.500, en daarnaast een billijke vergoeding van maar liefst € 141.500. De rechter gaat hierin mee. Hij ziet geen geldige reden voor het ontslagbesluit, dat bovendien volledig in strijd is met het advies van de bedrijfsarts. Een hoge billijke vergoeding heeft in zo’n geval het karakter van een boete. Beide vergoedingen worden volledig toegewezen.

Tip: Volg de wettelijk vastgelegde procedures en laat u hierbij adviseren. De financiële belangen voor u en de werknemer zijn zeer groot.

De hoogste rechter stelt vast dat naast de Belastingdienst ook het gerechtshof een steek laat vallen. Wat is er aan de hand? Het restaurant stelt dat de bestelauto’s buiten werktijd niet gebruikt konden worden, omdat die auto’s dan op het (afgesloten) terrein van de werkgever staan en de sleutels worden ingeleverd. Prive-gebruik is dus niet mogelijk. De Belastingdienst en het gerechtshof hebben deze stelling ten onrechte niet serieus genomen. Daarom moet een andere rechter dit alsnog gaan onderzoeken.

Tip: Als een bestelauto buiten werktijd niet gebruikt kan of mag worden, hoeft u geen privégebruik bij te tellen. U hebt wel de bewijslast. Houd hier bij ingebruikneming van de bestelauto al rekening mee. 

Een belastingplichtige die met zo’n zaak naar de belastingrechter gaat, moet aannemelijk maken dat over de gehele breedte van het palet aan risico-arme beleggingen een langjarig rendement van 4% per jaar onhaalbaar is geworden. Voor de belastingjaren tot en met 2014 heeft nog geen belastingplichtige een rechter daarvan kunnen overtuigen. De eerste uitspraken over 2014 komen nu naar buiten. Volgens een rechtbank moet, meer specifiek, bewezen worden dat er een periode van ten minste tien aaneengesloten jaren is verstreken, waarin het rendement op risico-arme beleggingen (zoals staatsobligaties van landen met een hoge kredietwaardigheid) telkens lager is geweest dan 4%.

Tip: De strijd is nog niet gestreden. De hoogste rechter komt nog aan het woord.